Energie kan zeer zeker wel condenseren. Dat kun je afleiden uit de Big Bang. Men neemt tegenwoordig aan, dat alles wat we merken van ons heelal in een object ter grootte van de kop van een speld opgesloten heeft gezeten. Als je die kop van de speld als samengepakte massa zou voorstellen, dan kom je in conflicten met dingen zoals we kennen van (super)zwarte-gaten, waarin massa ook zeer verdicht wordt, met als gevolg dat er vrijwel geen massa uit een (super)zwart-gat kan ontsnappen. Als het startpunt van de Big Bang een bolletje met massa zou zijn, krijg je hetzelfde effect maar dan oneindig veel groter. Doorredenerend zou de Big Bang misschien niet eens mogelijk geweest zijn omdat er niets uit het bolletje kon ontsnappen. Stel je je echter voor dat het gehele heelal in dat bolletje was opgeslagen als energie, dan verandert de zaak. Hoe meer energie je op een hoop gooit, hoe hoger de temperatuur wordt. Het is voor te stellen dat de Big Bang temperatuur voor het uitdijen vrijwel oneindig hoog was. Bij het uitdijen krijg je dan de "condensatie" van energie volgens de E=mc(2) formule van Einstein. Als je die bekijkt, dan zie je dat er voor de vorming van 1 gram massa, ongeveer 90.000.000.000 joule benodigd wordt; dat is de verbrandingswaarde van 15000 vaten ruwe olie oftewel de energie van de Hiroshima-atoombom. Einstein heeft met de bekende formule aangetoond dat massa een zeer sterk gecondenseerde vorm van energie is en omgekeerd.
M.i. blijft de energieinhoud van het heelal (d.w.z. massa + energie) wel constant; alleen de massahoeveelheid per ruimteinhoud wordt kleiner. Het kan alleen kleiner worden als er energie zou lekken naar een hogere dimensie, maar daar kunnen we nooit achterkomen omdat we ons hoofd niet buiten onze eigen dimensie kunnen steken.