Hoe SARS leerde moorden
bron: noorderlicht.vpro.nl (donderdag 29 januari 2004)
Het verhaal van SARS leek zo eenvoudig. In China nieste een civetkat een virus over op de mens. Het virus onderging een kleine verandering, waardoor het van mens op mens kon springen. En vervolgens was daar de uitbraak die de wereld op zijn kop zette, 8500 mensen ziek maakte en uiteindelijk aan ruim achthonderd burgers het leven kostte.
Inmiddels is die versie van de gebeurtenissen achterhaald. Eerder deze maand maakten Hongkongse virologen bekend dat de epidemie van vorig jaar dan wel de ergste, maar niet de eerste SARS-uitbraak was. De artsen onderzochten ruim duizend bloedmonsters van Hongkongers uit het jaar 2001, en ontdekten dat 2 procent daarvan antistoffen bevatte tegen het SARS-virus SCV. Intrigerend genoeg reageerden de antistoffen sterker op dieren-SARS dan op de menselijke virusstam die vorig jaar dood en verderf zaaide.
Andere virologen deden intussen onderzoek op de diermarkten van de Zuid-Chinese provincie Guangdong, de bakermat van de uitbraak. Deze maand maakten ze op een congres in Londen bekend dat liefst 40 procent van de handelaren daar antistoffen heeft tegen SCV – een bevinding die aansluit bij eerder, kleinschaliger onderzoek onder dierverkopers. Het beeld dringt zich op van een dierenvirus dat al veel langer af en toe eens meeliftte op een mensenlichaam. Erg dodelijk kan het niet zijn geweest. Anders hadden we het wel gemerkt.
Een nieuwe, omvangrijke reconstructie lijkt dat beeld nu te bevestigen. Guoping Zhao en collega’s van het Chinese SARS-onderzoeksconsortium analyseerden de genetische samenstelling van 63 virusmonsters. Hun conclusie: in plaats van één virus kun je gerust spreken van drie SARS-virussen.
Virus nummer één deed de ronde vanaf november 2002. Erg ziekmakend was het niet. De eerste SARS-gevallen hadden op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken, wat kan betekenen dat sommige SARS-patiënten het virus meedroegen zonder er zelf ziek van te worden.
De ellende begon pas goed op 31 januari 2003. Op die dag arriveerde er een patiënt met SARS in het ziekenhuis van Guangzhou, de hoofdstad van Guangdong. Niemand kon het nog vermoeden, maar het virus had zich venijnig gewijzigd, in een vorm die veel beter op zijn menselijke gastheer ‘paste’.
Het gevolg was een heftige uitbraak. Honderddertig mensen raakten besmet, inclusief de Chinese arts die het virus in februari meenam naar het Hongkongse Metropool-hotel, waarvandaan het ook in Canada belandde. De besmettelijkheid van het virus was inmiddels toegenomen van 30 tot 70 procent. Dat wil zeggen: van iedere tien mensen die met een SARS-patiënt in aanraking kwamen, raakten er zeven besmet.
Daarna volgde fase nummer drie. De fase van de mondkapjes, de wereldwijde paniek, de negatieve reisadviezen. In China leek het virus zich te stabiliseren. SARS had zijn meest ‘menselijke’ gedaante gevonden. Flink besmettelijk, erg ziekmakend en zeer dodelijk.
“Wat we zien is een virus dat zichzelf steeds bijstelt om toegang te krijgen tot een nieuwe gastheer: de mens”, zegt co-auteur Chung-I Wu van de Universiteit van Chicago. “Een verontrustend proces om gade te slaan. Je ziet hoe het virus zichzelf verbetert, hoe het leert van mens naar mens te springen, en hoe het uiteindelijk vasthoudt aan de versie die het meest effectief is.”
Met één ding had SARS echter geen rekening gehouden: dat zijn gastheer in quarantaine zou gaan. Het lijkt er althans op dat de meest dodelijke versie van het virus inmiddels is uitgestorven. Óf het virus heeft zich opnieuw veranderd, in een minder opvallende, ziekmakende gedaante, dat kan natuurlijk ook. In dat geval zou het nog altijd ergens ronddolen op het Aziatische platteland, ondergedoken als een in lompen gehulde, verdreven koning.
Dat SCV niet van het toneel is verdwenen, bleek vlak voor de kerst. Toen werd er in het ziekenhuis van Guangzhou opnieuw een patiënt met SARS opgenomen. Het virus dat de man bij zich droeg, was weer de oorspronkelijke, ‘dierlijke’ variant van het virus. “Duidelijk anders” in elk geval dan de virusvarianten van vorig jaar, schrijven Zhao en collega’s vandaag in het blad Science.
De cirkel lijkt daarmee rond. Als de massale slachting van civetkatten waartoe China begin januari besloot niet heeft geholpen, moet SCV nog altijd voortzeuren, ergens in China, zoals het dat al jaren doet. Een tijdbom blijft het. Wat het virus één keer heeft gedaan, kan het nog een keer doen: zichzelf opkweken tot een besmettelijke, dodelijke variant.