Hi, mijn naam is Kevin en ik ben 19 jaar. Toen ik 14 was ben ik al een beetje begonnen met het schrijven van boeken. Alleen als ik die boeken nu terug bekijk zijn ze heel kinderlijk geschreven zonder al te veel details. Het begin van een boek of de personages zijn nooit echt een probleem geweest, die had ik meestal al redelijk snel. Details gaat nu ook al veel beter door oefening en door veel boeken zelf te hebben gelezen. Het enige probleem waar ik nu nog vaak tegenaan loop is een goed einde maken.

Heeft iemand hier misschien goede tips voor, om een boek goed af te sluiten, want hier kan ik op het internet ook weinig van vinden.
O ja, misschien wat feedbacks over de volgende tekst:
“Pas op!” Hij rende recht door een groepje pratende mensen heen. Zijn achtervolgers zaten vlak achter hem.
Hij kijkt even snel over zijn schouder terwijl hij een paar jongeren ontwijkt en richting de roltrap rent, en ziet dat een driegend oog onder een dikke wenkbrauw hem aankijkt. Het andere oog van de man zit dichtgenaaid, en ziet er nogal geïnfecteerd uit.
Naast de eenogige man rent de tweeling. Beide lang en mager met ongekamd rood haar. Hoewel de tweeling lange benen hebben, hijgen ze behoorlijk van de achtervolging en hij ziet dat ze het waarschijnlijk al snel op zullen geven.
Hij maakt zich alleen niet zo’n zorgen over de tweeling, en ook niet al te veel over de eenogige man. Degene die achter hen rent is degene waarvoor hij voornamelijk wegvlucht. Synthia der Truijck, ook wel bekent als The Killer Bee. Deze naam dankt ze niet alleen aan de getatoeëerde bij in het nek, maar ook omdat ze net als de killer bijen zeer agressief is en wanneer ze eenmaal wordt geprovoceerd laat ze haar vijand niet meer met rust tot ze compleet vernietigd zijn. Haar ravenzwarte lange haar zwiept onder het rennen in de rondte en haar donkere gevoelloze ogen lijken ervoor te zorgen dat al het licht in de omgeving erin wordt opslokt.
Hij ontwijkt een moeder met haar kind en sprint op de reling van de roltrap. Dankzij zijn uitzonderlijke gave is het een eitje om van de trap af te glijden en met een salto in de lucht weer op zijn voeten te landen. Jammer genoeg kunnen zijn achtervolgers dit ook, en doen ze het tot zijn schrik zelfs sneller. Hij ziet vanuit zijn ooghoeken de eenogige man, Ozzo genaamd, naar rechts uitwijken en de tweeling naar links uitwijken. Hoe Ozzo met zijn achternaam heet weet niemand, en hij betwijfeld of de man het zelf wel weet.
Overal kijken mensen nu naar de achtervolging, en vooral naar zijn achtervolgers, waarvan ze waarschijnlijk denken dat het een freakshow is.
Hij ziet een twee agenten op ongeveer dertig meter afstand voor hem en rent er op af. De agenten zijn gealarmeerd door zijn gezwaai, en vanwege het feit dat hij met een noodgang op hen afkomt. Hij rent de agenten gewoon voorbij en roept in het voorbijgang de eenogige man die het op hem gemunt heeft te stoppen.
Hij ziet de agenten op Ozzo afgaan en ziet dat de tweeling het eindelijk opgegeven hebben. Zijn enige probleem is nu de agressieve vrouw nog.
Hij ziet de zwartgeklede vrouw in een katachtige sprong over de agenten heen springen. Hij heeft de agenten expres niet gevraagd de vrouw te stoppen, omdat ze het hoogst waarschijnlijk niet overleefd zouden hebben.
Hij rent het hek door van het Paleis van Justitie waar zojuist een hele rits studenten doorheen komen. Hij baant zich er een weg doorheen, de scheldende mensen negerend, en rent richting één van de kale bomen die als vlaggenstokken dienen. Hij klimt er als een ervaren klimaap in en is in een oogwenk bij de top. De vrouw staat aan de voet van de paal en hij ziet dat er een hele groep jongeren naar hem staren en wijzen.
De vrouw kijkt dreigend naar boven en naar de menigte om haar heen, die allemaal een stap terug doen bij haar blik. Wanneer hij haar de paal in ziet springen en ze een weg naar boven klimt doet hem dat denken aan hoe een kat een boom in klimt. Hij weet helaas dat ze, in tegenstelling tot een kat, wel weer naar beneden durft. En ze zal ook heel simpel weer op haar pootjes terecht komen.
Wanneer de vrouw bijna bij hem is, springt hij vanuit de twaalf meter hoge paal naar beneden in een snoekduik. De menigte hapt verschrikt naar adem. Wanneer hij de grond met zijn armen raakt trekt hij die snel in en rolt voorover, waarna hij er gelijk de sprint weer inzet richting het andere uiteinde van het plein. Wanneer hij bij het hek is aangekomen ziet hij de vrouw nog in de paal zitten en langzaam naar beneden glijden. Hij weet dat ze het eindelijk heeft opgegeven. Voor nu. Hij rent voor de zekerheid nog een heel stuk door, tot hij voor de Hogeschool van Avans staat. Van daaruit loopt hij rustig weg alsof er niets aan de hand is.
Na een half uur, via een hele omweg, is hij weer bij het station aangekomen en wacht op de trein naar huis. Hij gaat op een bankje zitten en kijkt om zich heen om zich ervan te verzekeren dat zijn achtervolgers weer naar hun eigen wereld zijn teruggegaan.
Wanneer de trein weer eens tien minuten te laat aankomt, denk hij bij zichzelf dat ze die nieuwe regeling bij NS echt weer terug moeten veranderen. Hij heeft in drie weken tijd pas twee keer plek gehad om te gaan zitten, en dat was voornamelijk omdat het rustige tijden waren, zoals tien uur ‘s ochtends of half twee ‘s middags. Hij noteert in zijn geheugen dat hij echt eerdaags een klacht in moet gaan dienen. Ook nu moet hij weer staan, en hij gaat naast een knappe meid staan terwijl hij zijn iPod aanzet.
Laat me maar weten wat jullie ervan vinden

En alle tips zijn welkom.
mvg
Pyonn