41 - Van materiële massa naar immateriële massa.
Dus eerder is het omgekeerde het geval dat elektron en positron hun massa verliezen door hun samensmelting tot een foton en versnelling tot het licht.
Maar dat het foton massaloos zou zijn dat is ook weer moeilijk voor te stellen, want hoe kan iets massaloos zijn?
Want massa betekent gewoon veelheid en is een essentieel kenmerk der uiterlijke realiteit.
Zelfs de Geest bezit massa als veelheid van gedachten, die zich in de tijd bewegen.
Ook de innerlijke voorstelling bezit een veelheid van visuele punten, ook al is een voorstelling tweedimensionaal, toch is het een veelheid.
Wel is het zo dat de massa der innerlijke voorstelling en de innerlijke gedachten en gevoelens niet vatbaar zijn voor zwaartekracht of aantrekkingskracht.
Het is vrije massa en aangezien de materiële massa gemeten wordt met behulp van aantrekkingskracht zou het kunnen zijn dat de materiële massa van elektron en positron over gaan in de immateriële massa van het foton.
Van ruimtelijke massa naar de massa der tijd.
Een andere mogelijkheid (die daar mee samenhangt) is volgens mij dat de materiële massa van elektron en positron door de enorme snelheid van het foton enorm uitgerekt wordt in de ruimte, dus enorm verdund tot iets waarvan de massa dan niet meer gedetecteerd kan worden (wel als het weer opgevangen wordt en tot rust komt).
Het wordt van een massa der ruimte tot een massa der tijd, waarvan immers het kenmerk de beweging is, en ook de tijd is ideëel, immaterieel dus.
En terwijl de materiële massa ruimtelijk is en in principe in rust, is de massa der tijd die der beweging, dat wil zeggen: van een reeks momenten, waarvan er slechts één reëel is en de rest ideëel als toekomst en verleden.
En het zou kunnen zijn dat ruimte en tijd van elkaar losgekoppeld (of onderscheiden) kunnen worden eveneens massa en aantrekkingskracht.
Want naar mate iets sneller beweegt krijgt het steeds meer de innerlijke manifestatie der tijd.
Massa als vierdimensionaal.
Nemen we namelijk iets waar, dan nemen we het altijd waar gedurende een bepaalde tijdsduur. Alles nemen we waar in de tijd. Hef je de tijd op dan wordt alles statisch en wordt de tijdsduur eeuwig, in de zin van eindeloos langzaam, en dan wordt ook de massa oneindig, want deze krijgt een extra gewicht van de duur, wat normaal niet gemeten wordt, hoewel ook wel als Watt, dat is Joule (energie) per seconde. Hoewel dan bij de energie en niet bij de Kracht als zwaartekracht waarmee het gewicht en de massa bepaald worden (volgens: Kracht = massa x de versnelling van Newton).
Kortom: massa is niet alleen die der ruimte, maar ook de lengte der tijd, dus vierdimensionaal. Terwijl men normaal het gewicht alleen ruimtelijk bepaald zonder de tijdsduur.
Een snellere beweging (tijd), maakt de massa ideëel.
Versnel je de tijd, door de beweging te versnellen, dan wordt de mogelijkheid iets waar te nemen steeds korter van duur, totdat het onmogelijk wordt.
Iets verdwijnt uit het zicht omdat de beweging te snel is.
En met het licht is het dan zo dat het zo enorm lang in de ruimte is uitgerekt, dat het zich op elke plaats slechts een zeer kort moment aanwezig is.
Zo kort dat de massa van het licht ook te klein wordt om waar te nemen en al verdwenen is voor het er is en de manifestatie krijgt van de tijd als herinnering.
De totale massa blijft dan wel gelijk, maar de manifestatie daarvan is slechts één heel klein moment, want het is er slechts even en de andere vele momenten zijn die der herinnering. Ik vermoed dus (als hypothese) dat de massa ook bepaald wordt door de tijd als extra factor.
We nemen de tijd waar.
Neem bijvoorbeeld een touw met een steen aan het einde en draai die snel in de rondte.
Wat je ziet is de hele cirkel en niet meer het enkele touw op één enkele plaats.
Dus wat je waarneemt is niet de materiële manifestatie, maar de innerlijke herinnering: de tijd.
Het ruimtelijke ding wordt een ding der tijd.
Dusdanig zelfs dat het als ding groter schijnt geworden te zijn van een enkele lijn van het touw tot een gehele cirkel.
Maar eigenlijk zie je het touw dan niet meer, maar de herinnering, de innerlijke schijn der tijd.
Van een materiële massa wordt het een ideële massa waar de aantrekkingskracht geen greep op heeft.
En het materiële wordt aldus een steeds kleiner deel van het ideële.
Zodanig dat men zou kunnen menen dat het foton geen massa meer heeft.
Die heeft het wel, maar is deels te klein geworden om waar te nemen en voor een ander deel is het een innerlijke massa geworden, dus ideëel of virtueel.