Neoweb.nl

25 fiscale tips voor zzp-ers

0 Members and 1 Guest are viewing this topic.

Offline Robert

  • *****
  • 3.116
  • +269/-11
  • Gender: Male
  • Neoweb.nl: Als het nieuw is, zie je het op neoweb
25 fiscale tips voor zzp-ers
« on: November 19, 2008, 02:27:20 PM »
25 fiscale tips voor zzp-ers / 25 X fiscaal voor zzp-ers
Heeft u de boeken op orde voor het jaareinde? En hoe gaat u 2009 in? 25 tips om optimaal het jaar af te sluiten en op de juiste manier uw nieuwe boekjaar te starten.

Fiscaal beleid laat zich niet vangen in drie woorden. Onderstaand vindt u, hoe u het best het fiscale jaar 2008 afsluit en 2009 start. Maar ook hoe u het meeste voordeel haalt uit de belastingwijzigingen uit Den Haag. 25 regels: van echtscheiding tot autogebruik en van urenregistratie tot exitstrategie.

1. Word ondernemer!
Steeds meer mensen kiezen ervoor om ondernemer te worden. Nederland kent om en nabij de één miljoen zelfstandige ondernemers, zo’n 12% van alle mensen die in ons land betaald werk verrichten. Er zijn veel goede redenen om ondernemer te worden: meer vrijheid, betere kansen op ontplooiing, en natuurlijk economische en financiële redenen. De overheid stimuleert het zelfstandig ondernemerschap: nieuwe bedrijven geven impulsen aan de concurrentie, dragen bij aan de groei van productiviteit, en zorgen voor innovatie en werkgelegenheid. De overheid biedt startende ondernemers dan ook volop ondersteuning, met subsidies én fiscale voordelen. Door al die voordeelregelingen voor IB-ondernemers is de belastingdruk op winst uit onderneming substantieel lager dan op inkomsten uit arbeid. Laat uw deze voordelen niet ontgaan: word IB ondernemer!

02. Check de vermogensetikettering van uw woon-werkpand
De ondernemer die een pand koopt en dat voor zakelijke én privé-doeleinden gaat gebruiken, moet de regels van de vermogensetikettering op dat pand toepassen. Centrale vraag daarbij is of hij het gehele pand tot zijn ondernemingsvermogen moet rekenen, of alleen het gedeelte dat voor de bedrijfsuitoefening wordt gebruikt. Een belangrijk criterium daarbij is of het pand bouwtechnisch splitsbaar is in een bedrijfs- en een privégedeelte. Is dat het geval, dan moet het pand dienovereenkomstig geëtiketteerd worden: het bedrijfsgedeelte is verplicht ondernemingsvermogen, het woongedeelte verplicht privé. De ondernemer heeft dan géén keuzerecht. De Hoge Raad heeft dit uitgangspunt recent genuanceerd. Als er sprake is van een juridisch ongesplitst pand, behoort het niet-bedrijfsmatig gebruikte gedeelte van dat pand tot het keuzevermogen: de ondernemer kan binnen de grenzen van de redelijkheid kiezen of hij dat gedeelte van het pand tot zijn privé- of tot zijn ondernemingsvermogen rekent. Heeft u recent geïnvesteerd in een woon-werkpand? Beoordeel deze investering dan samen met uw adviseur om een correcte vermogensetikettering veilig te stellen.

03. Wonen en werken in één pand: meer kostenaftrek
De ondernemer die in zijn privéwoning woont én werkt, kan de kosten van de werkruimte in zijn woning slechts als bedrijfskosten opvoeren als er fiscaal bezien sprake is van een ‘kwalificerende werkruimte’. Is dat het geval, dan is een beperkte kostenaftrek mogelijk: de wet staat een jaarlijkse, forfaitaire aftrek toe van 4% van de verkoopwaarde van het gedeelte van de woning dat als werkruimte wordt gebruikt. Heeft de ondernemer een huurwoning, dan kan hij meer kosten voor de werkruimte opvoeren: aftrekbaar is dan een evenredig deel van de huur én de huurderslasten (zoals de kosten van gas, licht en water). Hof Den Bosch heeft recent beslist dat dit verschil in behandeling onaanvaardbaar is: de ondernemereigenaar van een privéwoning kreeg een hogere kostenaftrek voor de zakelijke werkruimte in de woning. Zorg ervoor dat uw adviseur de aanvullende kostenaftrek tijdig bij de inspecteur aankaart.

04. Willekeurige afschrijving voor starters
Startende ondernemers kunnen hun investeringen over 2008 tot een maximum van € 236.000 willekeurig – desgewenst in één keer tot op de restwaarde of bij een investering in een bedrijfspand tot op de bodemwaarde – afschrijven. U komt in aanmerking voor deze faciliteit als u over 2008 recht heeft op startersaftrek. Dat is het geval als u dit jaar tenminste 1.225 uur voor de eigen onderneming heeft gewerkt, in één of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren niet voor eigen rekening een onderneming hebt gedreven én in die voorafgaande vijf jaren niet meer dan 2x de zelfstandigenaftrek heeft toegepast.
Is 2008 het laatste jaar waarin u als starter wordt aangemerkt? Zorg dan dat u dit jaar nog maximaal investeert om de faciliteit optimaal te benutten. Door als starter de vrije afschrijving optimaal te benutten, kan over 2008 nog maximaal worden afgeschreven. Door die extra afschrijving kan een fiscaal verlies uit onderneming ontstaan. Dat verlies kan worden verrekend met de positieve inkomsten, bijvoorbeeld uw inkomsten uit arbeid in de drie voorgaande jaren. Dat levert direct een belastingteruggave op, waarmee de liquiditeitspositie van uw onderneming wordt verbeterd. Door de vrije afschrijving kan de belastingbesparing op afschrijvingen worden gemaximaliseerd.

05. Auto op de balans of in privé?
Bent u van plan om nog dit jaar of begin volgend jaar een nieuwe auto aan te schaffen? Gaat u dan goed na of u de auto op de balans moet activeren of in privé moet aanhouden. Houdt u de auto in privé, dan mag u voor de zakelijke kilometers (waaronder ook woon-werkverkeer) 19 cent per kilometer in aftrek brengen op uw winst. Zet u de auto op de balans, dan zijn alle kosten die op de auto betrekking hebben aftrekbaar als ondernemingskosten. Wél moet u in verband met eventueel privégebruik een onttrekking in aanmerking nemen. Rijdt u meer dan 500 kilometer privé dan bedraagt de hoogte van de onttrekking voor het privégebruik in principe 25% van de cataloguswaarde van uw auto. Dat kan bij zuinige, milieuvriendelijke auto’s lager zijn, te weten 20% of 14%. Als u met een sluitende rittenadministratie aan kunt tonen dat u jaarlijks minder dan 500 privé-kilometers heeft gemaakt, hoeft u geen onttrekking in aanmerking te nemen. Bedragen de totale autokosten minder dan het bedrag van de bijtelling, dan blijft de bijtelling beperkt tot het bedrag van de autokosten dat in aftrek op de winst is gebracht. Per saldo komen er dan geen autokosten ten laste van de winst.
Let op: op een eenmaal gemaakte keuze om de auto in privé te nemen of in de zaak, kunt u niet zonder meer terugkomen. Keuzeherziening is slechts mogelijk als er sprake is van een ingrijpende wijziging in het gebruik of bij een belangrijke wetswijziging. Het is dus van belang om ten tijde van de aanschaf van de auto een weloverwogen keuze te maken.

06. Aftrek voor stallingkosten auto van de zaak
Bent u IB-ondernemer en stalt u uw auto van de zaak in de garage bij uw privé-woning? En krijgt u als ondernemer de bijtelling van 25% (of 14%, of vanaf 1 januari 2009: 20%) voor het privé-gebruik van die auto van de zaak als onttrekking bij uw winst opgeteld? Dan kunt u de stallingkosten van uw auto van de zaak – tot een redelijk bedrag – als bedrijfskosten opvoeren. Die aftrekpost valt door een recente uitspraak van de Hoge Raad goed te verdedigen.

07. Beperk uw aansprakelijkheid na echtscheiding
Echtgenoten die in gemeenschap van goederen zijn gehuwd en die gaan scheiden, blijven ná de echtscheiding ieder aansprakelijk voor de schulden van de huwelijksgoederengemeenschap waarvoor zij voordien aansprakelijk waren. Dat zijn de schulden die de echtgenoot zelf is aangegaan, de schulden voor de gewone gang van de huishouding (ook als die door de andere echtgenoot zijn aangegaan) en diverse, andere in de wet genoemde schulden.
Voor alle andere schulden van de huwelijksgoederengemeenschap ontstaat door echtscheiding een extra aansprakelijkheid: de echtgenoot wordt voor de helft hoofdelijk aansprakelijk voor de gemeenschapsschulden die de ex-echtgenoot tijdens de huwelijkse periode is aangegaan, en waarvoor die echtgenoot uitsluitend aansprakelijk was. Dat zijn bijvoorbeeld de belastingschulden die betrekking hebben op de door een ex-echtgenoot tijdens het huwelijk gedreven onderneming. Die extra aansprakelijkheid kan worden vermeden door bij de echtscheiding expliciet afstand te doen van de huwelijksgoederengemeenschap. Dat moet bij notariële akte gebeuren. Zo’n afstandsverklaring kan erg nuttig uitpakken.

08. Houd uw uren bij!
Het urencriterium is de sleutel tot veel fiscale gunstregelingen voor IB-ondernemers. Denk aan de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek, de fiscale oudedagsreserve, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, en de MKB-winstvrijstelling.
Als u wilt voldoen aan het urencriterium, moet u aannemelijk te maken dat u ten minste 1.225 uur aan de onderneming heeft besteed. Als u geen startende ondernemer (meer) bent en u verricht naast uw onderneming nog andere werkzaamheden (in of buiten dienstbetrekking), dan moet u tevens aannemelijk maken dat u meer dan de helft van de voor werkzaamheden beschikbare tijd besteedt aan het drijven van uw onderneming,
Het is noodzakelijk dat u bijhoudt hoeveel uren u voor de onderneming bezig bent en wat u in die tijd heeft gedaan. Een achteraf opgemaakte urenstaat en/of een te globale urenstaat kan ertoe leiden dat de zelfstandigenaftrek en vele andere ondernemersfaciliteiten worden geweigerd. Bij de bestede uren kunt u de directe uren én de indirecte uren tellen. Denk aan reisuren (waaronder het woon-werkverkeer), overleg en onderhoudswerkzaamheden, telefoongesprekken met klanten, administratievoering, etc.

09. Stel de dotatie aan uw oudedagsreserve veilig
Om de dotatie aan uw oudedagsreserve voor 2008 veilig te stellen, is het verstandig om nog vóór het eind van het jaar na te gaan of uw ondernemingsvermogen eind 2008 ten minste gelijk zal zijn aan uw oudedagsreserve per ultimo 2007 plus de verwachte toevoeging over dit jaar. Als een tekort dreigt, kunt u nog maatregelen treffen om uw ondernemingsvermogen aan te vullen. Let daarbij bijvoorbeeld op de mogelijkheden van etikettering van keuzevermogen.
Voor 2008 is de toevoeging aan de oudedagsreserve 12% van de winst die u in Nederland heeft behaald, met een maximum van € 11.396. Komt de oudedagsreserve door de toevoeging over 2008 boven het ondernemingsvermogen uit, dan mag u maximaal toevoegen tot uw oudedagsreserve even groot is als uw ondernemingsvermogen. De stand van de oudedagsreserve moet u vermelden op de balans in de jaarstukken van uw onderneming.

10. FOR-reservering in jaar van staking
Gaat u dit jaar stoppen met uw eenmanszaak? Stopt u helemaal als ondernemer, of gaat u uw onderneming omzetten in een BV? Vergeet dan niet om in het laatste jaar van uw eenmanszaak maximaal te doteren aan de fiscale oudedagsreserve (FOR). Die FOR kunt u bij staking van de onderneming belastingvrij omzetten in een stamrecht, een recht op lijfrente-uitkeringen voor de oude dag. De wet staat die omzetting toe tot een maximumbedrag dat afhankelijk is van onder meer de leeftijd van de ondernemer. Op dat maximumbedrag moeten de eerder opgebouwde oudedagsvoorzieningen in aftrek worden gebracht. Die aftrek geldt niet voor de FOR-toevoeging in het laatste jaar van uw IB-onderneming. Dat biedt u extra aftrek voor uw oudedagsvoorziening!


Offline Robert

  • *****
  • 3.116
  • +269/-11
  • Gender: Male
  • Neoweb.nl: Als het nieuw is, zie je het op neoweb
Re: 25 fiscale tips voor zzp-ers
« Reply #1 on: November 19, 2008, 02:27:41 PM »
11. Een zakelijke beloning voor de meewerkende partner
Indien uw partner meewerkt in de zaak, is het reëel om daarvoor een adequate beloning toe te kennen. U heeft de keuze uit drie mogelijkheden (indien geen man/vrouwfirma is gevormd; zie hierna onder 13. Draag uw onderneming belastingvrij over), te weten: een dienstbetrekking met uw partner aangaan, een reële arbeidsbeloning overeenkomen of kiezen voor de meewerkaftrek.
Voor een civielrechtelijke dienstbetrekking met uw partner is vereist dat er sprake is van een gezagsverhouding uit hoofde van de dienstbetrekking. Bij zo’n dienstbetrekking kunt u gebruik maken van faciliteiten in de loonbelasting. In deze situatie is uw partner overigens wel verplicht verzekerd ingevolge de werknemersverzekeringen en derhalve premies werknemersverzekeringen verschuldigd.
Indien u uw partner een reële arbeidsbeloning toekent, kunt u deze vergoeding als arbeidskosten ten laste van de winst brengen. Vereist is wel dat die vergoeding € 5.000 of meer bedraagt.
Let op: u moet de arbeidsbeloning periodiek aan uw partner betalen. Betaling dient plaats te vinden op een bank- of girorekening die op naam van de partner staat; desgewenst kunt u de vergoeding periodiek overmaken op een en/of rekening.
De meewerkaftrek is een faciliteit waarbij u in verband met de arbeid van uw in de onderneming meewerkende partner een forfaitair vast te stellen percentage, oplopend van 1,25% tot maximaal 4%, ten laste van de winst kunt brengen. Indien de meewerkaftrek wordt toegepast wordt uw meewerkende partner niet zelfstandig in de belastingheffing betrokken. U kunt de meewerkaftrek toepassen als u als ondernemer winst geniet, aan het urencriterium voldoet en uw partner in het kalenderjaar gedurende ten minste 525 uren arbeid in uw onderneming verricht zonder daarvoor enige vergoeding te ontvangen.
De keuze voor een dienstbetrekking, een reële arbeidsbeloning of de meewerkaftrek wordt bepaald door de feitelijke situatie. Van belang is onder meer in welke tariefschijf u en uw partner vallen, het aantal uren dat uw partner meewerkt in de onderneming, de hoogte van de genoten beloning enz. Bij een beperkte arbeidsbeloning zal toepassing van de meewerkaftrek doorgaans voordeliger zijn. Laat uw adviseur nog voor het einde van het jaar nagaan welke mogelijkheid voor u en uw partner de beste is.

12. Meewerkbeloning: laat uw partner méér doen!
Bent u gehuwd en werkt uw partner mee in uw onderneming? En maakt u daarvoor gebruik van de meewerkbeloning? Let er dan op dat de werkzaamheden van uw echtgenoot meer zijn dan hetgeen echtgenoten voor elkaar moeten doen. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat “echtgenoten elkander getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd zijn. Zij zijn verplicht elkander het nodige te verschaffen”. Als uw echtgenoot binnen uw onderneming ondersteunende werkzaamheden verricht die niet uitgaan boven de inspanningen die voortvloeien uit deze wettelijk verplichting, dan kan de inspecteur de meewerkbeloning weigeren. Laat uw meewerkende echtgenoot meer doen dan wat ondersteunende hand- en spandiensten!

13. Draag uw onderneming belastingvrij over
De wet inkomstenbelasting kent een doorschuiffaciliteit, waarmee u uw onderneming – of een gedeelte daarvan – zonder belastingheffing kunt overdragen. Benut u deze faciliteit, dan moet de bedrijfsopvolger ‘in uw fiscale schoenen stappen’: hij moet uw fiscale boekwaarden overnemen, uw goedkoopmansgebruik, uw resterende rechten op investeringsaftrek en verplichtingen tot desinvesteringsbijtelling, enz.
U kunt de doorschuiffaciliteit toepassen bij overdracht van uw onderneming aan uw partner, in de familie of aan een derde. Voorwaarde is wél dat u ten minste drie jaar (36 maanden) de onderneming in een samenwerkingsverband voor gezamenlijke rekening hebt gedreven voordat u de onderneming geruisloos kunt doorschuiven. De doorschuiffaciliteit is ook van toepassing bij overdracht van een (gedeelte van een) onderneming aan een werknemer die tenminste drie jaar bij uw onderneming in loondienst is geweest. Daarbij worden geen eisen gesteld aan de kwaliteit van de werknemer, noch aan de omvang van de dienstbetrekking: overdracht aan een parttime medewerker is zonder meer mogelijk.
Wilt u uw onderneming over enige tijd aan een familielid of aan een van uw werknemers overdragen, dan kan de doorschuiffaciliteit interessant voor u zijn. Laat uw belastingadviseur de mogelijkheden eens voor u op een rijtje zetten.

14. Zonder afrekening naar een nieuw bedrijf
Een IB-ondernemer die zijn onderneming staakt kan (vanaf 1 januari 2008) de boekwinst op bedrijfsmiddelen reserveren en die vervolgens afboeken op investeringen in een nieuwe onderneming. Dankzij deze doorschuifregeling is het mogelijk om zonder belastingheffing van de ene onderneming over te gaan naar een andere, nieuwe onderneming. Vereist is wél dat de herinvestering in de nieuwe onderneming (in beginsel) binnen één jaar na de staking van de oude onderneming moet plaatsvinden. In bijzondere gevallen kan verlenging van de eenjaarstermijn worden verkregen.

15. Benut de kleine-ondernemersregeling
Als ondernemer-natuurlijk persoon kunt u de kleine ondernemersregeling (KOR) in de BTW toepassen. De wetgever wil kleine ondernemers zo buiten de omzetbelasting houden.
De KOR kent twee grenzen. Als eerste is dat een bedrag aan af te dragen omzetbelasting van € 1.345 per jaar. Dat is een saldobedrag, het verschil tussen de af te dragen BTW en de als voorbelasting te verrekenen belasting. Moet u minder dan € 1.345 afdragen, dan hoeft u niets af te dragen. U kunt het BTW-bedrag behouden. Boven de € 1.345 geldt een glijdende schaal tot € 1.883 aan per saldo af te dragen BTW. Bij een af te dragen belasting tussen deze twee bedragen krijgt u een tegemoetkoming van 2,5 x (€ 1.883 minus de af te dragen BTW). Boven de € 1.883 moet u alle BTW afdragen.
Haalt u het maximumbedrag van € 1.883 niet, dan is het te overwegen om nog dit jaar investeringen of uitgaven te doen om de KOR voor 2008 optimaal te benutten.
Als u de KOR kunt benutten, moet u oppassen met de inkoop van goederen voor uw onderneming in het buitenland. De BTW over deze buitenlandse inkopen moet u in de BTW-aangifte verantwoorden als verwerving, en vervolgens kunt u datzelfde bedrag als voorbelasting aftrekken. Maar de BTW over deze verwervingen mag u niet meenemen voor de berekening van de KOR. Door die buitenlandse inkopen kunt u zo de KOR mislopen.

16. Van eenmanszaak naar man-vrouw firma: 2 x KOR
Overweegt u uw eenmanszaak dit jaar om te zetten in een man-vrouw firma? Doe dat dan niet per 1 januari (2009), maar nog dit jaar (met enige terugwerkende kracht tot bijvoorbeeld 1 november), of in de loop van volgend jaar. Voor de heffing van omzetbelasting ontstaan er dan twee ondernemers: uw eenmanszaak, en na de omzetting, de man-vrouw firma. Daardoor kunt u de kleine ondernemersregeling uit de omzetbelasting twee keer benutten. Dat kan u een aardig BTW-voordeel opleveren!

17. Let op de gebruikelijkheidstoets
De ondernemer die samen met zijn partner zijn onderneming drijft in de vorm van een firma of maatschap, moet bij de onderlinge taakverdeling rekening houden met de gebruikelijkheidstoets. Die toets richt zich op het aantal uren dat de partner binnen het samenwerkingsverband werkt. Daarbij tellen de gewerkte uren niet mee als de partner hoofdzakelijk (voor meer dan 70%) ondersteunende werkzaamheden verricht én derden – niet door een partnerschap verbonden personen – in eenzelfde situatie normaliter niet een firma of maatschap aangaan. De partner haalt dan de vereiste 1.225 uur per jaar niet, voldoet niet aan het urencriterium en dat kost hem of haar de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek én de vorming van de fiscale oudedagsreserve.
Om de gebruikelijkheidstoets goed door te komen, moet de partner zich voor meer dan 30% van de werktijd bezighouden met hoofdtaken binnen de onderneming. Bij het onderscheid tussen ondersteunende werkzaamheden en hoofdtaken telt ervaring wel degelijk mee. Zorg ervoor dat u / uw partner kan aantonen dat hij / zij voor meer dan 30% van de werktijd een hoofdtaak binnen de onderneming verricht. Bij ondernemers met een specifieke beroepskwalificatie – denk aan vrije beroepers – is dat lastiger aan te tonen dan bij bijvoorbeeld middenstanders.

18. Man-vrouw firma: laat uw partner tekenen
Drijft u samen met uw partner uw onderneming in een firma of maatschap? Wilt u beiden als ondernemer worden aangemerkt? Zorg er dan voor dat u beiden binnen de onderneming ‘rechtstreeks wordt verbonden voor verbintenissen betreffende de onderneming’. U moet beiden rechtstreeks aansprakelijk zijn voor schulden van de onderneming. Om aan te tonen dat ook de ondersteunende partner binnen de onderneming rechtstreeks aansprakelijk is, moet u er voor zorgen dat die partner regelmatig een zakelijk contract met een leverancier of afnemer afsluit. Zorg ervoor dat uw partner die deal ondertekent. Daarmee stelt u het fiscaal ondernemerschap van uw partner veilig.

19. Of ontbind uw man-vrouwmaatschap
Bent u een vrije beroeper en drijft u uw praktijk in de vorm van een maatschap met uw partner? En verricht uw partner hoofdzakelijk - voor 70% of meer - ondersteunende werkzaamheden in de maatschap? Houd er dan rekening mee dat uw partner geen recht heeft op de ondernemersfaciliteiten, omdat niet voldaan wordt aan de gebruikelijkheidstoets. Verder zal in de inspecteur in dergelijke situaties de winstverdeling in de maatschap willen corrigeren en de ondersteunende partner slechts een bescheiden aandeel in de praktijkwinst toerekenen. De belastingrechter is het daar al snel mee eens, zo blijkt uit meerdere uitspraken.
In dergelijke situaties kan het wenselijk zijn om de man-vrouwmaatschap te ontbinden en de ondersteunende partner voortaan een reële arbeidsbeloning toe te kennen. De vrije beroeper zet de praktijk dan voort als eenmanszaak en kan de reële arbeidsbeloning voor de meewerkende partner als bedrijfskosten opvoeren; de meewerkende partner moet die beloning in box 1 aangeven. Deze optie is al snel voordeliger als de arbeidsbeloning voor de ondersteunende partner hoger uitkomt dan het winstaandeel in de man-vrouwmaatschap: de praktijkwinst wordt dan beter gespreid over de vrije beroeper en de meewerkende partner waardoor een groter tariefsvoordeel gerealiseerd kan worden. Het is een kwestie van rekenen.

20. Ondernemers in een maatschap: let op aansprakelijkheid
Bent u maat in een maatschap? Bedenk dan dat uw aansprakelijkheid binnenkort, met de invoering van de nieuwe wetgeving voor personenvennootschappen, drastisch gaat veranderen. Thans bent u als maatschapslid voor een evenredig deel aansprakelijk voor de schulden van de maatschap, dat wordt een hoofdelijke aansprakelijkheid. Het maakt hierbij niet uit of de openbare vennootschap rechtspersoonlijkheid heeft of niet. Deze regeling geldt nu al voor de vennootschap onder firma, maar nog niet voor de openbare maatschap.
Door de nieuwe wetgeving zullen dienstverleners en beroepsbeoefenaren, die nu nog in een openbare maatschap werken (zoals advocaten, notarissen, accountants, tandartsen en apothekers), gaan samenwerken in een openbare vennootschap, mét een hoofdelijke aansprakelijkheid voor het geheel van de maatschapschulden. Dit is een behoorlijke verzwaring van de aansprakelijkheid. Deze nieuwe aansprakelijkheidsregel geldt uitsluitend voor schulden die na de invoering van de nieuwe wetgeving zijn ontstaan. Het kan een reden zijn om de openbare vennootschap om te zetten in een BV. Volgens de nieuwe regeling is het betrekkelijk eenvoudig om een openbare vennootschap om te zetten in een BV, maar dit heeft natuurlijk wel fiscale gevolgen. Uw adviseur kan u daarbij van dienst zijn.
NB. De beoogde invoering van de nieuwe wetgeving voor personenvennootschappen per 1 januari 2009 is wederom uitgesteld.

Offline Robert

  • *****
  • 3.116
  • +269/-11
  • Gender: Male
  • Neoweb.nl: Als het nieuw is, zie je het op neoweb
Re: 25 fiscale tips voor zzp-ers
« Reply #2 on: November 19, 2008, 02:27:50 PM »
21. Wijziging van de winstverdeling: let op de OVB
Bent u van plan om de winstverdeling in de firma of maatschap binnenkort te wijzigen? En zit er vastgoed in die firma of maatschap? Let op: de aanpassing van de winstverdeling kan gevolgen hebben voor de overdrachtsbelasting (OVB). De OVB is niet alleen verschuldigd bij overdracht van de juridische eigendom van vastgoed, maar ook bij overdracht van de economische eigendom. En zo’n economische eigendomsoverdracht doet zich voor als door de aanpassing van de winstverdeling de gerechtigdheid van de firmanten of maten tot het vastgoed zich wijzigt.
Bij overdracht van de juridische eigendom is een notariële akte vereist. De notaris regelt dan de overdrachtsbelasting; hij is aansprakelijk voor een juiste afhandeling daarvan. Overdracht van economische eigendom kan bij onderhandse akte. Bij die overdracht heeft de wetgever de correcte afhandeling van de overdrachtsbelasting – én de aansprakelijkheid daarvoor! – gelegd bij de persoon die de economische eigendom overdraagt. Die moet de onderhandse akte registreren bij de Belastingdienst. Doet hij dat niet, dan moet de economische eigendomsoverdracht binnen 14 dagen bij de inspecteur worden gemeld. Bij verzuim kan de verschuldigde OVB bij de overdrager worden nageheven; de wet kent daarvoor een naheffingtermijn van 12 jaar.

22. Uw kind in zaken? Geef een lening als durfkapitaal
Gaat uw dochter of zoon in zaken en kan die als startende ondernemer wel een financiële steun in de rug gebruiken? Ga dan eens na – in overleg met uw adviseur – of u geen lening als durfkapitaal aan uw kind kunt verstrekken. Dat levert u als crediteur enkele leuke fiscale voordelen op. Een vrijstelling in box 3 tot een bedrag van € 54.223 en een extra heffingskorting van 1,3% over het bedrag van de geldlening. Redt uw zoon of dochter het niet, dan kunt u – als voldaan is aan de bij de wet gestelde voorwaarden – een verlies tot maximaal € 46.984 in mindering brengen op uw inkomen in box 1.

23. Extra voordeel voor de arbeidsongeschikte ondernemer
Geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikten die een bedrijf willen beginnen, hebben sinds 1 januari 2007 recht op een extra fiscale stimulans. Als startende ondernemer krijgen zij een aftrekpost van € 12.000 in het eerste jaar, € 8.000 in het tweede jaar en € 4.000 in het derde jaar waarin zij starter zijn. Voorwaarde voor de aftrek is dat zij op jaarbasis ten minste 800 uren werkzaam zijn voor hun onderneming: de grens van het urencriterium van 1.225 is voor deze groep startende ondernemers verminderd tot 800 uren.
Wilt u als arbeidsongeschikte een bedrijf beginnen? Neem dan nog dit jaar de daarvoor vereiste maatregelen en u kunt direct volgend jaar als ondernemer van start.

24. Een BV is al snel voordeliger!
Ondernemers met een persoonlijke onderneming moeten zich elk jaar opnieuw afvragen of het niet voordelig is om hun onderneming om te zetten in een BV. Dit jaar geldt dat nog sterker dan in andere jaren vanwege de herhaalde tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting per 1 januari 2008 (zie ook Eindejaartips 2008 voor alle ondernemers onder 01. De winstbelasting: de VPB gaat verder omlaag, de IB niet). Door die tariefsverlaging wordt de BV als rechtsvorm voor een MKB-ondernemer nog aantrekkelijker dan die al was. Het verschil in belastingdruk tussen een BV en een persoonlijke onderneming wordt steeds groter. De vennootschapsbelasting op de eerste € 275.000 winst in de BV is slechts 20%. Bij een onderneming die onder de heffing van inkomstenbelasting valt, worden bij een dergelijk winstniveau alle tariefschrijven geraakt, te beginnen met een heffing in de eerste schijf van zo’n 33%, en oplopend tot 52%. Dat verschil met de vennootschapsbelasting kan niet worden goedgemaakt met de MKB-winstvrijstelling en/of de zelfstandigenaftrek. Het devies is dan ook duidelijk: ondernemers die winst van enige omvang maken, moeten nagaan of zij niet beter hun onderneming in een BV kunnen omzetten. Zeker als er naar verwachting ook de komende jaren een goede winst zal worden behaald. Een overstap naar de BV levert op liquiditeitsbasis een substantieel voordeel op. Bij de BV-variant moet nog wel rekening worden gehouden met een aanmerkelijk-belangheffing van 25% over de winstreserves etc. in de BV, maar die heffing kan zonder al te veel problemen langdurig worden uitgesteld. Cruciaal bij de eventuele overstap naar een BV is de vraag hoeveel salaris de ondernemer als DGA bij zijn BV moet opnemen. Kaart die vraag eens aan bij uw adviseur.
Nú is het een geschikt moment om de cijfers voor de afweging wél of geen BV op een rij te zetten. Want als u nog dit jaar – met enige terugwerkende kracht tot bijvoorbeeld per 1 oktober – als BV verder wilt, moet u direct actie ondernemen.
Bij omzetting van de eenmanszaak e.d. in een BV moet met de fiscus afgerekend worden over de stille reserves en goodwill (de stakingswinst). Daarbij kan gebruik worden gemaakt van diverse fiscale faciliteiten. Naast de omzetting mét fiscale afrekening kan de eenmanszaak ook fiscaal geruisloos in een BV worden omgezet. De wet stelt daartoe diverse voorwaarden. Overleg met uw adviseur welke methode in uw situatie de beste is.

25. Geruisloos of toch ruisend de BV in?
Een omzetting van uw eenmanszaak in de BV mét geruis kan soms veel voordeliger uitpakken dan een geruisloze omzetting in de BV. Bij de omzetting ‘met geruis’ moet u afrekenen met de fiscus over de stakingswinst, maar die afrekening kunt u vrijwel altijd volledig vermijden door de stakingsfaciliteiten toe te passen. En u kunt bij deze optie gebruik maken van de 10% MKB-winstvrijstelling en zo 10% van de stakingswinst belastingvrij incasseren! Vereist is dan wel dat u als eenmanszaker in de voorafgaande vijf jaar ten minste drie keer aan het urencriterium hebt voldaan. Laat uw adviseur uitzoeken welke vorm van omzetting in de BV voor u (fiscaal) het beste uitpakt.

bron: sprout.nl