Neoweb.nl

Grootste uitsterving ooit door gat in de ozonlaag

0 Members and 1 Guest are viewing this topic.

Offline Robert

  • *****
  • 3.122
  • +269/-11
  • Gender: Male
  • Neoweb.nl: Als het nieuw is, zie je het op neoweb
Grootste uitsterving ooit door gat in de ozonlaag
« on: August 01, 2004, 11:47:12 AM »
Een reusachtig gat in de ozonlaag heeft ervoor gezorgd dat 250 miljoen jaar geleden bijna al het leven op aarde het loodje legde. Door de intense ultraviolette straling traden grootschalige mutaties op waar het leven niet tegen bestand was. De sporen daarvan zijn te vinden in stuifmeelkorrels diep in de aardkorst op Groenland.

Hoe geisers de trilobieten doodbubbelden

"Stel je één groot Yellowstone Park voor," zegt Henk Visscher. "Maar dan écht groot: zo'n vijf miljoen vierkante kilometer. Vol sissende geisers, borrelende heetwaterputten en stoomfonteinen." Zo zag Siberië er volgens de hoogleraar palynologie uit aan het eind van het tijdperk het Perm, zo'n 250 miljoen jaar geleden.

Visscher is op zoek naar een verklaring voor de grootste massasterfte op aarde. Op de grens van het Perm en het Trias verdween namelijk 90 procent van al het leven op aarde. De emeritus hoogleraar denkt dat de spuitende geisers en heetwaterbronnen in Siberië daar een rol bij hebben gespeeld.

"Het opmerkelijke van deze uitsterfgolf is vooral dat-ie zo lang heeft aangehouden," legt Visscher uit. "Het duurde vier miljoen jáár voordat de natuur weer een beetje hersteld was. Er moet dus iets aan de hand zijn geweest dat heel erg lang duurde." Vulkaanuitbarstingen, een supernova-explosie in de buurt van ons melkwegstelsel of een meteoriet zoals bijvoorbeeld de dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden op hun hoofd kregen, acht Visscher daarom eigenlijk uitgesloten. "Dat soort rampen duurt, geologisch gezien, maar even. 't Is zo voorbij."

In het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences poneert Visscher deze week met een aantal andere Utrechtse onderzoekers een eigen hypothese. Het leven op aarde is wellicht verdwenen omdat het beschermende laagje om onze planeet, de ozonlaag, langdurig beschadigd is geraakt door de uitstoot van CFK-achtige gassen en dampen uit de Siberische geisers. Daardoor kreeg de schadelijke UV-straling van de zon vrij spel, en, niet bestand tegen de schade die dat aan hun erfelijk materiaal berokkende, legden veel organismen het loodje.

Het bewijs? Oeroude stuifmeelkorrels en pollen uit de Groenlandse bodem, tevoorschijn gehaald door Visschers promovendus Cindy Looy. Aan die minuscule fossieltjes op de grens van het Perm en het Trias zijn de tekenen van mutaties in het erfelijk materiaal goed te zien, legt Visscher uit. "Ze zijn opvallend groot, of eigenaardig gevormd. Ook hun omhulsel ziet er vaak anders uit." En het meest opmerkelijke: ze komen vaak voor in klontertjes van vier, of tetrades. "Dat duidt erop dat het rijpingsproces van het pollen niet goed is afgerond. Wij denken dat dat een genetische oorzaak heeft. Een mutatie, ja."

Het pollen dat de Utrechtenaren bestudeerden, is voornamelijk afkomstig van wolfsklauwachtigen, het plantje dat na de ecologische crisis in het Perm in groten getale het aardoppervlak koloniseerde. Een nog bestaande variant van de soort is de Roos van Jericho - de 'resurrection plant' of wederopstandingsplant - een woestijnplantje dat onder allerberoerdste omstandigheden toch stand weet te houden.

"Het voordeel van planten is dat ze niet weglopen," vertelt Visscher. Het meeste onderzoek naar de gevolgen van de crisis aan het eind van het Perm gebeurt aan organismes die in zee leefden. "Maar als je die ineens niet meer terugvindt in je sedimentlagen, weet je niet of ze gewoon zijn weggezwommen omdat de omstandigheden ineens wat minder ideaal zijn, of dat ze daadwerkelijk zijn uitgestorven."

Het idee dat wereldwijd optredende mutaties een rol speelden bij de ecologische crisis aan het eind van het Perm is niet nieuw. In de jaren vijftig van de vorige eeuw opperde de Duitse paleontoloog Otto Schindewald dat kosmische straling wellicht de boosdoener was.

Vast staat dat er aan het eind van de Perm iets ongewoons gebeurde in Siberië. Daar spuwde de aarde 250 miljoen jaar geleden haar ingewanden naar buiten in de ‘Siberian Traps’, een gebied tien keer zo groot als Frankrijk. De immense basaltvlaktes getuigen van de werkelijk gigantische lavastromen die het gebied hebben geteisterd. Maar vulkaangassen die de ozonlaag kunnen beschadigen - zwavelverbindingen en chloorverbindingen - reiken óf niet ver genoeg in de atmosfeer, óf hebben maar een zeer kortdurend effect.

Visscher zoekt het daarom dieper in de Siberische grond. Daar heersen de ideale omstandigheden voor de productie van enorme hoeveelheden chemische verbindingen die de ozonlaag aan kunnen tasten, zogeheten organohalogenen. Dat zijn een soort natuurlijke CFK's, bestaande uit een koolwaterstofketen met een halogeenatoom eraan, zoals chloor, broom of fluor. Onder de Siberian Traps zijn alle ingrediënten te vinden voor deze verbindingen. De grootste steenkoolafzettingen op aarde liggen er, en uitgestrekte chloorhoudende zoutlagen uit het Cambrium.

Visscher speculeert dat gloeiend heet water, aangedreven door het loeihete gesteente eromheen, de chemische motor was achter de vorming van gigantische hoeveelheden organohalogenen. Het gloeiend hete water, mét daarin de natuurlijke CFK's, moet uit alle kieren en gaten in de Siberische bodem gesproeid hebben. Net als de geisers in het Yellowstone Park. En het afkoelingsproces van ondergronds gesteente, ja, dat kan wél heel lang duren, betoogt Visscher. Veel langer dan de bovengrondse vulkaanuitbarstingen in ieder geval.

Er moet nog behoorlijk gerekend worden aan het voorstel, geeft Visscher ruimhartig toe. "Maar juist door zo'n concept te lanceren, raken andere onderzoekers geïnteresseerd en kan er aan een kwantitatieve onderbouwing worden gewerkt."

Het enige probleem dat Visscher écht dwars zit, is dat de 'moeder aller uitsterfgolven' zo'n beroerd imago heeft. Het ontbreekt in het scenario aan spectaculaire ingrediënten, zoals een reusachtige meteorietinslag, of het uitsterven van grote dieren zoals de tot de verbeelding sprekende dinosauriërs. "Ja, alle brachiopodes [een schelpdiertje, red.] en de trilobieten verdwenen, maar wie ligt daar nu wakker van?"

Auteur: Jacqueline de Vree