Neoweb.nl

Veel te winnen met betere beenprothese

0 Members and 1 Guest are viewing this topic.

Offline Robert

  • *****
  • 3.076
  • +269/-11
  • Gender: Male
  • Neoweb.nl: Als het nieuw is, zie je het op neoweb
    • Neoweb
Veel te winnen met betere beenprothese
« on: June 02, 2007, 02:08:14 PM »
Veel te winnen met betere beenprothese
SAMENVATTING
Nieuwe ontwikkelingen in onder andere de micro- en nanotechnologie kunnen van grote betekenis zijn voor patiënten bij wie een been is geamputeerd. Zo kan een prothese worden gekoppeld aan bestaande zenuwen of zelfs het brein en kan zo een natuurlijke prothese werkelijkheid worden.


Een beenprothese mag dan steeds beter in staat zijn zich aan te passen aan omstandigheden, een ‘normaal been’ wordt pas benaderd als de prothese op een natuurlijke wijze is aan te sturen door het lichaam. Technologie helpt daarbij in toenemende mate: in de toekomst is bijvoorbeeld veel te verwachten van neuroprothesen en zelfs brain-computer interfacing. Dit stelt revalidatiearts prof. Hans Rietman in zijn intreerede als hoogleraar Revalidatiegeneeskunde en Technologie aan de Universiteit Twente. Rietman, die per 1 juni ook benoemd is tot wetenschappelijk directeur van Roessingh Research and Development in Enschede, hield zijn rede op 31 mei.

Weer lopen is weer meedoen
‘Weer leren lopen’ betekent voor veel patiënten ‘weer participeren’, en ze zijn dan ook bereid daarin veel te investeren. Rietman gaat in zijn rede in op dit leerproces bij amputatiepatiënten. De technologische hulpmiddelen worden steeds geavanceerder, schetst hij: zo zijn er al kunstknieën die gestuurd worden door microprocessors en bestaan er al kunstvoeten die in staat zijn energie op te slaan. Toch zijn dit vooral vormen van ‘compensatie’ voor het verlies van de ledemaat. Het succes ervan valt of staat met de mogelijkheid tot motorisch (her)leren en de aanpassingsmogelijkheden die de patiënt heeft.

 Iemand die na een amputatie met een prothese gaat lopen, moet dat helemaal opnieuw leren. Niet alleen omdat hij of zij een been mist, maar ook omdat het goede been op een hele andere manier moet leren werken om te compenseren voor het verlies van het andere been. Dit is een moeilijk trainingsproces, waarbij technologie als virtual reality en robots kan helpen.


En ook bij dat leerproces kan technologie in toenemende mate helpen, bijvoorbeeld met virtual reality en robots die de patiënt helpen bij de training. Met het toenemende beroep op dit type zorg wordt het steeds belangrijker om niet alleen maar afhankelijk te zijn van 1-op-1 patiënt-therapeut oefeningen. virtual reality heeft daarnaast het voordeel dat ook situaties getraind kunnen worden die zich in de veilige klinische omgeving normaal gesproken niet voordoen.

Moderne protheses nog lang niet vergelijkbaar met een echt been
Een prothese nog lang niet vergelijkbaar met een normaal functionerend been. De patiënt moet in staat zijn zich aan te passen aan het gebruik van de prothese, bijvoorbeeld door spiergroepen van het niet aangedane been intensiever te gebruiken. Lopen kan dan nog steeds onevenredig veel energie kosten. Het probleem van energieopslag en energieoverdracht tussen de gewrichten is in prothesen nog lang niet opgelost; in onze gewone loopbeweging doen we dat automatisch. Maar bovenal heeft de patiënt niet het gevoel dat hij of zij de prothese zelf stuurt; die is niet geïntegreerd met diens zenuwstelsel en geeft ook geen gevoelsprikkels terug. Je kunt het been dus niet echt voelen.

 Hoewel de technologie al steeds geavanceerder wordt, is een prothese dat een echt been benaderd nog ver weg. Een van de grootste problemen is namelijk dat je een prothese niet echt kunt voelen. Maar de ontwikkelingen in de micro- en nanotechnologie stemmen hoopvol: in de toekomst is het misschien mogelijk om protheses aan het zenuwstelsel te verbinden, wat een natuurlijke prothese een stuk dichterbij brengt.


De prothese rechtstreeks koppelen aan de zenuwen of zelfs de hersenen
Op dat gebied is nog veel te winnen, stelt Rietman. In onderzoek van de Universiteit Twente en Roessingh Research and Development wordt bijvoorbeeld nu onderzoek gedaan naar de koppeling van de prothese met de fysiologisch bewegingsaansturing van het lichaam. Rietman verwacht daar veel van neurale prothesen, die uitgevallen functies van het zenuwstelsel vervangen. “Dankzij de snelle technische ontwikkelingen in de micro- en nanotechnologie gaan intraneurale stimulatie (waarbij de prothese wordt verbonden met de eigen zenuwen van de patiënt, red.) en selectievere aansturing tot de mogelijkheden behoren.”
Nog een stap verder is brain-computer interfacing. Nu al kan een patiënt met een hoge dwarslaesie –nog in een experimentele setting- een cursor op een computerscherm besturen door louter hersengymnastiek. In de toekomst zou sensorische informatie (gevoel) direct naar de corresponderende hersenschorsgebieden gekoppeld kunnen worden. Daarnaar wordt onderzoek gedaan in het BrainGain consortium waarin ook de UT participeert en dat recent een Smart Mix-subsidie mocht ontvangen. Tot slot noemt Rietman de groeiende rol van zorg op afstand (telemedicine).