Neoweb.nl

Einstein

0 Members and 2 Guests are viewing this topic.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #150 on: March 06, 2012, 01:44:44 PM »

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #151 on: March 07, 2012, 12:57:34 PM »

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #152 on: March 08, 2012, 01:55:55 PM »

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #153 on: March 09, 2012, 08:50:16 PM »
124 - Over de realisering van de Geest.

Nu zou men natuurlijk ook kunnen menen dat het eigen denken alleen in het eigen hoofd bestaat en nergens anders. Nochtans krijgen we hier dan een tegenstrijdigheid tussen de vorm van het denken in het hoofd en de inhoud van het denken dat naar iets verwijst dat buiten het hoofd bestaat: de maan dus in dit geval.

Dit probleem kennen we ook in de Logica die begint met de eenheid van Zijn en Niets bij Hegel en dan vervolgens een hele reeks van begrippen doorloopt tot aan de absolute Geest van God.
Maar, kan men dan zeggen: dat zijn allemaal abstracte begrippen en geen realiteit.
Goed: maar dan ontstaat wel een heel grote tegenstrijdigheid dat al die begrippen die helemaal geen realiteit zouden zijn, dus dan eigenlijk helemaal Niets zijn, dus in werkelijkheid niet verder gekomen zijn dan hun oorsprong: het begrip Niets.
Terwijl omgekeerd de realiteit zelf een gedachte is.
Want de realiteit zelf is uit gedachten opgebouwd, dus blijkbaar is het de Geest der abstracte begrippen wel gelukt zichzelf te realiseren, maar menen wij in onze waan dat de begrippen dat niet kunnen.

Kortom: de begrippen in ons hoofd zijn niet slechts lege abstracte begrippen, maar verwijzen zelf krachtens hun inhoud naar hun eigen realisering.
Hoewel het ook niet wil zeggen dat alles wat ik denk ook maar meteen werkelijkheid is.
Zou dat zo zijn, dan zou ik een tovenaar zijn.
Dus ook dat is niet het geval.

We moeten hier wel een onderscheid maken tussen de concrete materiële realisering en de geestelijke realisering.
De geestelijke realisering is voorlopig alleen datgene wat ik denk naar de inhoud van dat denken.
Dus als ik aan de maan denk, dan bedoel ik de maan die daar buiten is en niet in mijn hoofd.
De maan in mijn hoofd is slechts een "materieel" middel, een voorstelling dus in mijn hersenen, maar door mijn denken weet ik dat die voorstelling bedoeld is als te verwijzen naar de maan buiten mijn hoofd.
Dus zoals ik ook de wereld niet werkelijk in mijn hoofd zie, maar buiten me en het beeld in mijn hoofd een middel is.
Alleen bij de maan is het dan iets anders omdat dit een fantasie is over maanmannetjes.
Nochtans is die fantasie bedoeld als zich afspelende buiten mij op de maan.

Of om het nog duidelijker te maken: als ik aan de oneindigheid denk, dan zit de oneindigheid natuurlijk niet in mijn hoofd, maar is buiten mij.
Het denken impliceert dus zijn eigen geestelijke realisering, eventueel los of zelfstandig van de materiële realiteit.


125 - De collectieve Geest en de individuele Geest.

Hier gaat het dus om de zuiver geestelijke realisering, dus naar wat de mens kan denken.
Maar verder kunnen we ook nog een onderscheid maken tussen wat de mens als individu denkt en meent en wat de mensen in het algemeen denken, waarbij overigens ook de mening omtrent de materiële realiteit mee doet.
Want de mensen delen een algemene visie omtrent hoe de wereld is, dus wat zij er over denken, wat met het voortgaan der tijd kan veranderen, zichzelf ontwikkelt.
Waaruit wel moge blijken dat dat niet werkelijk zo behoeft te zijn.
Of zo bekeken dat de werkelijkheid zich geleidelijk steeds beter openbaart aan de mensen.

Tussen de algemene visie der mensen en het individu is dan ook nog de visie van verschillende groepen van mensen, want zo denken de ongelovigen anders dan de gelovigen en is er binnen beide partijen ook weer verschil van mening.
Dit gaat zo door tot op het individu, dus zo dat elk mens een eigen visie heeft, zijn eigen wereld creëert vanuit eigen denken, een GOD is in zijn eigen heelal, maar zo dat hij meent dat wat hij denkt ook werkelijk zo is.
Hij is de enige die het goed ziet en de anderen hebben het bij het verkeerde eind.
Nochtans is het ook weer niet zo individueel, want is meestal een variatie op een groepsvisie.

Einstein.

Dit komt dan enigszins overeen met de idee van Einstein dat elk mens zijn eigen natuurwetenschappelijke visie heeft op het heelal, dat wil zeggen: het rustende middelpunt daarvan is, zichzelf als stilstaand mag beschouwen, oftewel: er zijn net zoveel heelallen als er waarnemers zijn, want iedereen ziet vanuit zijn standpunt het heelal anders.
De werkelijkheid van het heelal is dan subjectief bepaald vanuit het eigen ik.
Zoals ik ben, zo zie ik ook de werkelijkheid.
Maar anderzijds is die visie niet volledig individueel, want wordt ook door het heelal zelf bepaald, dus het is eigenlijk een eenheid van het heelal zelf en het individu.

De zintuiglijkheid.

In de zintuiglijke waarneming komt dat nog beter tot uitdrukking dat de mens het middelpunt van het heelal en ook de grootste is en kan doen bewegen en veranderen naar mate hij zelf verandert, dus de wereld in zekere zin in zijn macht heeft, al is die macht niet absoluut, want de algemene objectieve vorm van het heelal blijft dan toch gelijk, maar de mens kan dan kiezen wat hem aanstaat.
Hij kan vanuit de zintuiglijke waarneming bekeken, de aarde onder zijn voeten weglopen of de sterren om zich heen doen draaien door zelf te draaien.

126 - De mens schept zich een innerlijke hemel.

Dit zijn dan twee mogelijkheden omtrent de macht der subjectiviteit, dus het eigen ik, namelijk bij Einstein op het materiële niveau en bij de zintuiglijke waarneming is dat het niveau van het bewustzijn, want we menen niet dat als we iets op afstand kleiner zien door het perspectief dat dat ding dan werkelijk kleiner is, dus materieel.
Neen: het is louter visueel.
Hoewel: je weet maar nooit of het materiële en het visuele niet één en dezelfde zijn.

De religie.

Maar dan is er dus nog een derde niveau en dat is de macht van het eigen denken, die zichzelf een eigen heelal, een eigen werkelijkheid kan creëren, deels hoe de mens denkt dat de werkelijkheid is, en deels hoe hij zijn eigen fantasie gestalte geeft.
Die fantasie kan dan een bewuste fantasie zijn, maar ook gemeend als iets dat werkelijk bestaat en dan denk ik met name aan de godsdiensten die zich een hemel van engelen en goden creëren, maar dan menen dat dat werkelijk zo is.
En dan komen we op het heikele punt in hoeverre de fantasie der mensen toch een objectief bestaan kan hebben, niet in materiële zin, maar in geestelijke zin een bepaalde algemene en objectieve waarde kan vertegenwoordigen.
Of anders gezegd: zijn wij het werkelijk die van alles en nog wat fantaseren of zijn het die fantasieën zelf die zich aan ons openbaren.

De droom.

Ik wil hier ten eerste de droom nemen, die wij toch niet zelf scheppen, maar die uit ons onderbewustzijn omhoog komt en die ons iets te zeggen heeft, een inhoud heeft, een diepere betekenis.
Terwijl de normale werkelijkheid vrij betekenisloos is, of het moest de nuttigheid zijn, spreekt de droom eigenlijk een diepere beeldentaal, is dus eigenlijk een hogere werkelijkheid.

De kunst.

En dan wil ik de scheppingen der kunstenaars noemen, waarbij vele kunstenaars het gevoel hebben dat ze het niet zelf doen, maar dat het hun geopenbaard wordt.
Zij zijn slechts een instrument van een hogere of diepere wil, die in hun zelf verborgen zit, dus net als bij de droom.

Nu zijn droom en kunst en ook de religie meer voorstellingen dan eigenlijke gedachten, maar goed: er zit wel denken aan ten grondslag. Het zijn ideeën: eenheid van denken en voorstellingen en ook nog gevoelens.
Het betreft de schepping van een innerlijke wereld, anders dan de materiële wereld van Einstein en ook anders dan de visuele waarneming.


127 - De relativiteit van de eigen macht.

De macht van het eigen ik werkt dus op drie niveaus van de materiële wereld, de visuele wereld en de innerlijke wereld.
Nochtans is die macht niet absoluut, want steeds is er sprake van de ander in een relatie, vandaar de idee der relativiteitstheorie.
De ander is het heelal als objectieve werkelijkheid, zowel materieel en visueel.
En innerlijk is dat de hemel, de wereld der dromen, kunst, fantasie en religie en ook filosofie.

De Heilige Geest als relativiteit.

In die laatste innerlijke wereld komt de mens tegenover God te staan, beseffende dat datgene wat hij schept tevens een openbaring is van het innerlijk zelf, dus in diepste wezen van God uit gaat.
En deze eenheid van God en Mens kennen we als de idee der Heilige Geest als derde persoon, die God en Mens beiden omvatten.
Dat kan dan zo uitgedrukt worden dat God niet alleen de Mens schept, maar de Mens omgekeerd ook God schept.
Er is sprake van een wederzijdse wisselwerking.
Dit wordt dan zo uitgedrukt dat God de Vader is en de Mens de Zoon.
En inderdaad: pas door de Zoon wordt God Vader, dus beiden worden dan gelijk geboren.
Daardoor komt God, die eerst slechts alleen is, in een relatie tot zichzelf te staan.
Hij splitst zichzelf en beide zijden is Hij zelf.
Hij is zowel de Vader als ook de Zoon.
God schept dus zichzelf en wordt degene die Hij is voor de Zoon en daarmede dus ook voor de Mens in het algemeen, maar daarmede ook voor zichzelf.

Pas door de Mens ontstaat het bewustzijn.

De Mens is daarom niet alleen maar een passief product, niet van het heelal en ook niet van God.
Want zoals het heelal pas bewust wordt door de ogen van de mens en in het algemeen ook door al zijn zintuigen en verder door zijn hersens, dus door zijn denken, zo wordt ook GOD pas bewust door de Mens.
Daarvoor is GOD slechts abstracte bewusteloze Geest.

Even zovele Goden als er mensen zijn.

Aldus is de ontwikkeling van de mens een enorme vooruitgang, niet alleen kwalitatief van bewusteloosheid naar bewustzijn, maar ook kwantitatief omdat het ene heelal nu vanuit eindeloos vele posities bekeken kan worden en dan een veelheid van heelallen wordt.
En ook wat God betreft zo dat God ten eerste tot bewustzijn komt, maar zichzelf daardoor ook ontwikkelt tot een veelheid van Goden omdat elk volk en elke tijd en elk mens weer anders denkt over wie God is.
Kortom: er zijn niet alleen even zovele heelallen als er mensen zijn, maar ook even zovele Goden als er mensen zijn.

« Last Edit: March 11, 2012, 12:10:39 PM by harriechristus »

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #154 on: March 11, 2012, 12:11:22 PM »
128 - De Geest en het bewustzijn van de Geest.

Het verschil tussen God en Mens is dan dat GOD de eeuwige Mens is en de Mens omgekeerd de tijdelijke Godheid, dus als verschijning, wat ook kenmerkend is voor het bewustzijn.
Het bewustzijn is immers slechts tijdelijk: verschijnt en verdwijnt weer.
Maar de inhoud van het bewustzijn, dus de abstracte Geest daarvan (dus wat het denken betreft), is eeuwig.
Zo is het begrip: Mens zelf een eeuwig idee. En aldus is de Mens GOD. Maar als bewustzijn daarvan, dus als ik het feitelijk denk, is het tijdelijk, en dan is God Mens geworden: feitelijk denkende.
Dus in de Mens komt God tot denkend bewustzijn van zichzelf.

God en Mens als eeuwigheid en tijdelijkheid.

Dus eigenlijk zijn God en Mens twee kanten van één en dezelfde persoon, en wel zo dat de ene de eeuwige grondslag is van de ander: de Mens, die in een eindeloze reeks van tijdsmomenten verschijnt en weer verdwijnt, dus verandert, ook sterft en weer wedergeboren wordt*.
Als ik bijvoorbeeld: IK zeg, dan kan ik dat op twee manieren opvatten: het IK dat ik op dat moment zeg en bewust ben of het algemene Ik dat er ook nog steeds is als ik het niet denk of zeg of bewust ben.
Beiden zijn hetzelfde IK.

De Mens is God zelf.

En zo zegt Jezus: "Ik en de Vader zijn één!"(Johannes 10:30), maar dat geldt eigenlijk voor ieder Mens: God en de Mens zijn één, één en dezelfde, maar ook verschillend in een onderscheid van eeuwigheid en tijdelijkheid, geest en denkend bewustzijn, of zo dat er van GOD maar één is en van de mens (en de microwezentjes) oneindig veel.
Dus ook als een onderscheid van eenheid en veelheid.

*Let wel dat in mijn atoomtheorie de Mens niet tijdelijk is, maar steeds weer opnieuw verschijnt, want zo waren de microwezentjes vroeger ook mensen zullen later de macroreuzen ook weer mensen zijn.



Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #155 on: March 12, 2012, 08:56:27 PM »
129 - DE Mens in het algemeen en de enkele individuele Mens.

De Mens is God zelf, maar dan moeten we wel een verschil maken of we daarmede de enkele individuele Mens bedoelen of de Mens in zijn algemeenheid, dus DE Mens en dan ook alle mensen en dan in een nog veel ruimer verband met ook de microwezentjes erbij, die immers een verdere ontwikkeling van de Mens zijn.

Want als de Mens als individu zegt: "Ik ben God zelf!", dan moet ie wel beseffen dat iedereen dat kan zeggen, dus dat ie slechts één God is te midden van vele anderen die zichzelf ook als God beschouwen.
De ene Mens als God komt tegenover vele anderen te staan: de wereld, de collectiviteit en verder het hele heelal en de hele oneindige en eeuwige hemelwereld.

Dus hier komt een onderscheid tevoorschijn in God zelf als enerzijds een individu te zijn en anderzijds een oneindige collectiviteit (dus ook met de microwezentjes erbij en lager ook de planten en dieren en zelfs de dingen, die ook allemaal bij God horen).
Het enkele komt dus tegenover het vele te staan.
Nu, dit is een essentie van de relativiteit: de betrekking van het ene ten opzichte van het andere.

Alleen het IK heeft bewustzijn.

Nu schijnt het dat de Mens als individu het onderspit moet delven tegen de wereld als veelheid en nog meer tegen het heelal en de hemelwereld.
Anderzijds is het individu oneindig belangrijk, want deze als Ik is het centrum van het bewustzijn als zelfbewustzijn en bewustzijn van de anderen.
Immers: de anderen als anderen bezitten geen bewustzijn. Slechts als IK is de mens bewustzijn, dus als eigen individualiteit.
De Mens als individu is dus een licht in een verders oneindige duisternis.
Want al die anderen zijn slechts bewustzijn voor het individu.
Ik zie namelijk alle anderen, maar de anderen zelf hebben als anderen geen bewustzijn.
Ze hebben slechts bewustzijn voor mij en voor zover zij zelf ook als IK zijn, dus ook als enkeling.
Dit is een heel erg belangrijk onderscheid: dat het enige bewustzijn in het heelal het eigen bewustzijn is.
Zou er geen Ik bestaan, dan zou er geen bewustzijn zijn.


Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #156 on: March 14, 2012, 03:11:55 PM »
130 - Individu en gemeenschap.

De mens staat als enkeling tegenover de wereld en het oneindige heelal en dreigt ten onder te gaan. Want wat is hij ten opzichte van de oneindigheid? Helemaal niks natuurlijk. Nochtans is hij voor zichzelf als bewustzijn het centrum van dat AL en is er verder ook sprake van een gelijkwaardigheid, omdat het vlak waar individu en wereld elkaar raken gelijk is: een cirkel, een boloppervlak van 360 graden.
Dat wil zeggen: de Mens als enkeling komt niet werkelijk in aanraking met de hele wereld en het hele heelal, niet onmiddellijk met de eindeloze veelheid daarvan, want dat zou hij niet verdragen.

Links en rechts: sociaal en liberaal.

Bovendien is de wereld niet alleen maar vijandig, maar brengt het individu ook zelf voort, en bestaat ook zelf als eindeloze veelheid uit een eindeloos aantal individuen.
Zodat individu en massa ook weer relatief, dat wil zeggen: dezelfde zijn.
En omgekeerd heeft het individu de wereld niet alleen buiten zichzelf, maar ook in zichzelf als bewustzijn.
En omdat het individu zich ook nog eens bewust is van de wereld buiten hem, is hij ook zelf buiten zichzelf "geworpen". Hij is zelf de wereld die hij aanschouwt.
Verder kun je de hele wereld ook als één immens collectief individu beschouwen en omgekeerd is de mens in zichzelf een collectiviteit van 10^44 microwezentjes.

De verzoening van de mens met zijn wereld.

Kortom: het is hier ook de grootse taak beiden zijden met elkaar te verzoenen: zichzelf in de wereld te herkennen en voor de wereld om het individu te erkennen en vrij te laten.
In de politiek is dat bekend als de strijd tussen links en rechts: sociaal en liberaal, omdat de mens blijkbaar nog niet zo ver is de eenheid voort te brengen, maar wat wel gaande is.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #157 on: March 17, 2012, 10:02:47 PM »
131 - God als de Al-eenheid.

God is beiden: Hij is het individu, maar ook de wereld en ten derde is Hij de eenheid van beiden als oneindigheid.
De oneindigheid is dan ten eerste dat de grens tussen individu en wereld als einde van het ene en het begin van het andere, tevens ook niet-eindig is, dus on-eindig.

Eindig is oneindig.

Bij oneindigheid hebben we de neiging aan iets te denken dat heel ver weg is, zelfs onbereikbaar ver weg.
Maar einde betekent ook gewoon dat daar waar een grens is, dus een einde, deze grens overschreden kan worden.
Een grens is dus tevens een verbinding, juist geen einde, dat wil zeggen: geen definitief einde, geen absoluut einde.
Immers: het einde van het ene is het begin van het andere.
Dus het eindigende is tevens het on-eindige, het grenzeloze, waar de grens immers ook verbindt en slechts een grens is in een verders algemene en oneindige ruimte.
En hoeveel grenzen je ook trekt: telkens kan je er over heen.
Dus het eindigende is dan tevens het on-eindigende.
Ze zijn hetzelfde.

De oneindigheid is overal.

En het oneindige is niet alleen maar oneindig ver weg, maar bestaat ook hier en overal, en ook is het de algemene werkelijkheid die individu en wereld met elkaar gemeen hebben.
En zo waar als de mens meent tegenover de wereld te staan als iets anders, zo waar is het ook dat de mens constant één is met diezelfde wereld, constant in contact staat.
Alleen soms plezierig en soms vijandig, soms liefdevol en soms angstig.

De religie als besef van oneindigheid.

Maar in het besef van grenzeloosheid, dus van één zijn, kan dat één zijn een leven op zichzelf gaan leiden als besef van oneindigheid en eeuwigheid en al-eenheid.
En dat zijn we in de sfeer der religie.
En dat gevoel lijkt omhoog te stijgen alsof daar boven ons de hemel is.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #158 on: March 21, 2012, 11:18:08 AM »
132 - De oneindigheid.

Maar de oneindigheid is niet alleen hier en overal, maar ook oneindig ver weg, dus zelfs tot buiten onze waarneming.
En dat is omdat de Geest van het denken niet van de waarneming afhankelijk is, maar vrij op zichzelf staat, terwijl het juist omgekeerd zo is dat de waarneming van het denken afhankelijk is.
Men moet dus de hele verhouding tussen waarneming en denken omkeren.
Want pas in de denken wordt de waarneming verklaard en begrepen en natuurlijk niet andersom.
Neemt men de waarneming als basis voor het begrip, dan zou het mysterie der waarneming, dus het onbewuste de grondslag zijn van het bewustzijn.
Men zou dan in de waarneming van alles en nog wat vinden, hoe gek ook, en men zou het accepteren, omdat de waarneming het zo leert, zonder enige logische kritiek uit te kunnen oefenen.
De waarneming zou dan immers de logica ontberen, maar de natuurkunde bewijst voldoende dat er logica is in de waarneming, zodat die logica zelf de grondslag is en men niet plotseling voor de verrassing komt de staan dat een steen niet meer valt of 1 + 1 niet meer 2 zou zijn.

De oneindigheid openbaart zich in het denken.

Zo is het logisch dat de eindigheid van de waarneming niet de waarheid kan zijn, want daar waar een einde is, dus een grens, kan men over de grens heen, en telkens weer tot in het eindeloze, wat het begrip der oneindigheid oplevert als positief resultaat.
Die oneindigheid zelf kan men niet waarnemen, maar wel denken, waaruit blijkt dat het denken de waarneming te buiten gaat.
Het denken is een fenomeen op zichzelf, die de mens evenzeer kan aanvaarden als de waarneming.
En pas op het standpunt van het denken komt de mens tot waarheid, omdat het denken de werkelijkheid begrijpt naar haar logisch verband.
Het denken openbaart de hogere waarheid der Geest.

De moderne wereld is eindig.

De moderne wereld staat helaas op het standpunt der waarneming door de natuurwetenschappen en daarom ook op het standpunt de eindigheid en kent ook daarom de waarheid niet meer.
Deze is geen object voor de wetenschap, wat ze zelf erkent.
Waarmede de wetenschap zelf erkent geen waarheid te zijn.
Hoogstens kan men zeggen dat het juist is wat ze beweert, maar juistheid is iets anders dan waarheid.

Het getal: oneindig = ∞

De Geest en de waarheid zijn de moderne wereld vreemd.
Zelfs in de getallenleer heeft men moeite het getal oneindig te aanvaarden, hoewel het duidelijk moge zijn dat in de limietberekening het aantal van een oneindige reeks uiteraard oneindig is.
En ook dat de getallen eindeloos zijn en er geen laatste aller grootste is, die dan de oneindigheid zelf moet wezen.

Nu: er is ook een tijd geweest dat men moeite had met de 0 en ook deze niet als een getal zag. Nu heeft men moeite met de oneindigheid.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #159 on: March 23, 2012, 11:23:11 PM »
133 - Uiterlijke en innerlijke oneindigheid.

Nu zijn er vele vormen van oneindigheid en het is goed daar eens bij stil te staan.
Bij oneindigheid denken we als eerste aan de ruimte, en de oneindige tijd is de eeuwigheid.
Maar beiden zijn uiterlijk en behalve een uiterlijke oneindigheid kennen we ook een innerlijke oneindigheid van het denken zelf, dus ongeacht of de uiterlijke realiteit van ruimte en tijd nu wel of niet oneindig is: de oneindigheid is er ook als een innerlijk begrip.
Mocht de uiterlijke werkelijkheid daar dan niet aan beantwoorden dan is dat dan pech gehad voor de uiterlijke werkelijkheid*.
Dan is de innerlijke werkelijkheid blijkbaar beter.
Deze innerlijke oneindigheid is die van de hemel, die dus niet alleen een abstract begrip is, maar ook als existerend: oneindige innerlijke werkelijkheid.

*Wat me doet denken aan Hegel die van mening was dat alles wat werkelijk was ook redelijk was en alles wat redelijk was ook werkelijkheid was.
Toen iemand hem daarop zei dat niet alles redelijk was, toen zei Hegel: "Dat is dan jammer voor de werkelijkheid.

De inwendige oneindigheid.

Nu zijn al deze vormen van oneindigheid uitwendig, dus van klein naar steeds groter tot in het oneindige.
En behalve deze uitwendige oneindigheid hebben we ook de inwendige oneindigheid naar steeds kleiner, zonder einde, want hoe klein je ook gaat, je kan altijd kleiner.
Zoals je bij de uitwendige oneindigheid steeds groter kan en hoe groot je ook gaat, het kan altijd groter.
Dus de oneindigheid bereik je dan nooit, evenmin je bij het kleiner gaan de 0 ooit zou kunnen bereiken.
De enige manier om het oneindige te bereiken is gewoon van een willekeurige grootte naar het oneindige over te springen, want wat je niet bereiken kan heb je al in gedachten.
En ook zo bij het oneindig kleine: je springt naar 0 over om deze te kunnen bereiken.

Nu lijkt dat een truc, bedrog, maar bedenk wel dat als je van bijvoorbeeld 1 naar 2 telt, dat je dan ook een oneindig aantal getallen over slaat, die tussen de 1 en de 2 in zitten. Want tussen 1 en 2 zit 1,5 en tussen 1,5 en 2 zit 1,8 en tussen 1,8 en 2 zit 1,9 en daar tussenin zit nog 1.99, en dan 1,9999999999 enzovoort.
Dus ook hier pleeg je bedrog door een oneindig aantal mogelijkheden over te slaan en gewoon van 1 naar 2 te springen.

Het getallenstelsel bestaat uit inwendige oneindigheden.

Dus ons getallenstelsel is niet alleen uitwendig oneindig, maar ook inwendig en bij het gewone tellen sla je telkens een oneindig aantal mogelijkheden over.
Dat is de enige manier om vooruit te komen.
Nu: dat is bij de uitwendige oneindigheid ook zo en bij de inwendige oneindigheid ook.
Je slaat gewoon de hele oneindige reeks naar oneindig over en je springt naar oneindig als laatste en bij de inwendige oneindige reeks doe je dat ook en je springt naar 0 als laatste.
Wel wetende dat er bij oneindig geen voorlaatste aller grootste getal bestaat om door het bijtellen van 1 bij de oneindigheid te komen.
Dus niemand kan zeggen wat oneindig min 1 zou zijn.
Ook bestaat er geen allerkleinste getal vóór de 0, zodat de volgende de 0 zelf zou zijn.
Zodat je aldus van dat getal uitgaande bij 0 zou komen als volgende.
Niemand kan dus zeggen wat het allerkleinste getal is, of het moet 0 zelf zijn en het allergrootste getal is dan oneindig.

Nu: dit is dan meteen een andere vorm van oneindigheid, namelijk die der kwantiteit als getallenleer.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #160 on: March 26, 2012, 03:32:58 PM »
134 - Limietberekening.

Een reeks van steeds kleinere getallen is in de wiskunde bekend als limietberekening. De meest eenvoudige vorm daarvan is het steeds weer delen van een getal door de helft: 1, 1/2, 1/4, 1/8, 1/16, ... enzovoort tot in het oneindige.
Zou je werkelijk tot in het oneindige door kunnen gaan dan is de laatste 0 en de som van de hele reeks is dan gelijk aan 2.
En het aantal getallen is dan oneindig, zodat uit de limietberekening vanzelf het getal oneindig tevoorschijn komt, waarvoor ook een speciaal teken is: ∞, bekend als het lemniscaatteken.

Oneindig tot de macht oneindig.

Nu kun je van elk getal van die oneindige reeks weer opnieuw een oneindige reeks maken, want zo is 1 in zichzelf ook weer op te delen in: 1/2, 1/4, 1/8, ... enzovoort tot in het oneindige.
En ook de 1/2 daarna kun je eindeloos opdelen in: 1/4, 1/8, 1/16, ... enzovoort.
Zodat het aantal der getallen gelijk is aan oneindig x oneindig.
Nu kun je alle getallen die je zo hebt verkregen weer opnieuw opdelen, dus dan krijg je oneindig x oneindig x oneindig = oneindig tot de derde macht.
En al die getallen die je dan hebt verkregen kun je weer opdelen in een limietreeks, zodat het wordt: oneindig tot de vierde macht.
Het moge duidelijk zijn dat je hiermede eindeloos door kunt gaan, zodat het resultaat moet zijn: oneindig tot de macht oneindig.

Lengte, tijd, massa en microwezentjes.

Dit geldt niet alleen voor de getallen, maar ook voor elke lengte (behalve natuurlijk 0), die uit oneindig tot de macht oneindig kleinere lengtes bestaat.
En dat geldt ook voor de tijd, waarvan elke tijdsduur uit een oneindig tot de macht oneindig kleinere tijdsdeeltjes bestaat.
En dat geldt volgens mij ook (krachtens mijn atoomtheorie) dat de massa van elk ding gelijk is aan oneindig tot de macht oneindig.
En voor mijn atoomtheorie geldt ook dat elk mens uit oneindig tot de macht oneindig microwezentjes bestaat.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #161 on: March 28, 2012, 09:30:44 PM »
135 - De inwendige eeuwigheid der tijd.

Wat de tijd betreft moge hierdoor duidelijk zijn dat de mens constant elke willekeurige korte tijdsduur (dus voor een moment van bijvoorbeeld één seconde) door een inwendige eeuwigheid van tijd heen gaat, die ook werkelijk bestaat in een inwendige oneindige reeks van culturen in de microkosmos.
Dus ook zo dat de ene eeuwigheid op de andere volgt en er dus een oneindige reeks van eeuwigheden bestaat.
Dit is natuurlijk totaal onvoorstelbaar, zoals de oneindigheid of eeuwigheid überhaupt onvoorstelbaar is, maar men wel kan begrijpen dat het zo moet zijn.
De oneindigheid is niet voor te stellen, maar wel te begrijpen, want men weet wat daarmede bedoeld wordt.

De onvoorstelbaarheid der abstracte getallen en de meetkunde.

Overigens: niet alleen de oneindigheid is onvoorstelbaar, maar het getal 0 is ook onvoorstelbaar, want het is immers niks.
Verders zijn ook alle abstracte getallen niet voor te stellen. Ik kan me wel 5 appels voorstellen of 3 peren of 10 meter lengte, maar ik kan me de getallen: 5 en 3 en 10 als zodanig niet voorstellen.
Nochtans begrijp ik wat er mee bedoeld wordt.
En niet alleen is de rekenkunde abstract en dus onvoorstelbaar, ook de meetkunde is abstract, want in werkelijkheid bestaat er niet zoiets als een rechte lijn, want deze moet dan oneindig dun zijn en bovendien absoluut recht.
Dat kan ik me niet voorstellen, wel een streep met dikte en bij nadere beschouwing zal die altijd wel wat krom zijn.
Wel kan ik een lijn voorstellen als scheiding van twee vlakken, maar ook dat kan in werkelijkheid nooit zuiver zijn.
Kortom: ook de meetkunde is abstract.

De eindigheid valt niet te bewijzen, terwijl de oneindigheid wel zo logisch is.

Dus dat de oneindigheid niet voorstelbaar is, is geen geldig kriterium, dat deze niet zou kunnen bestaan. Ten eerste bestaat het als idee (kwalitatief), en ook als idee van een getal (kwantitatief) en ten tweede ook in de concrete werkelijkheid in de microkosmos als een oneindige reeks van steeds hogere culturen met een steeds snellere tijd tot in het oneindige.
Dit omdat de logica daartoe dwingt, ook al zou men de oneindigheid feitelijk nooit kunnen bewijzen: dat het heelal eindig zou zijn is ook nooit definitief te bewijzen, want vroeg of laat vind men aan het einde wel weer een nieuw begin, zoals de wetenschappen telkens weer hebben bewezen.
Het is nog niet zo lang geleden dat men dacht dat de atomen de kleinste deeltjes waren.
Nu denkt men dan weer dat Planck het kleinst mogelijke deeltje heeft gevonden met 10^-35 meter, hoewel men bij de Oerknal spreekt van een oneindig kleine grootte voor de Singulariteit als begin daarvan, wat dus eindeloos veel kleiner is.

Een oneindig kleine grootte.

Een oneindig kleine "grootte" is als kleinheid niet te bepalen, want elke bepaling, hoe klein dan ook, is oneindig groot ten opzichte van 0.
Het is echter niet de 0 zelf, want dan zou men dat gewoon kunnen zeggen.
Als object en ook als getal is het dus een tegenstrijdigheid en alleen als begrip te vatten als een beweging naar steeds kleiner, dus naar 0.
Als beweging kan men dan beter het begrip: eindeloos gebruiken.
Het "nadert" dan de 0, wat deels ook onzin is, want zolang het geen 0 is, is het nog steeds oneindig ver van 0 verwijderd.
Anderzijds: als het de 0 kan bereiken in een beweging (bijvoorbeeld in elke ruimtelijke beweging door een ruimtelijk punt heen), dan moet er ook van een naderen sprake geweest zijn vanuit de beperkte visie van een waarnemer, die het hele proces nooit tot in het oneindig kleine zal kunnen volgen en vanuit die beperktheid van een naderen spreekt.
Want zou hij het steeds kleinere bij het naderen kunnen volgen, dan zou blijken dat het steeds kleinere even groot blijft en dus niet nadert.
Het naderen is dus relatief bezien, volhardend vanuit een beperkt standpunt, maar anderzijds absoluut noodzakelijk is om de doorgang door het oneindig kleine te laten voltrekken.
Gaat men mee met het steeds kleinere, dan voltrekt het zich nooit, doordat dan niet alleen de kleinheid, maar ook de tijd niet door eigen oneindige reeks van het steeds kortere heen komt en beiden in het respectievelijke inwendige eeuwige HIER en NU vast blijven zitten, zich daarin als het ware vast boren.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #162 on: March 30, 2012, 12:16:56 PM »
136 - De paradox van de inwendige oneindigheid.

Hier openbaart zich een paradox der inwendige oneindigheid, dat als de toeschouwer meegaat met het steeds kleiner worden der afstand (en dus ook van de tijd), en dus ook zelf steeds kleiner wordt, dat de 0 van het limietpunt nooit bereikt wordt.
Maar voor degene die achterblijft, dus even groot blijft en ook zijn gewone traagheid der tijd behoudt, voltrekt het zich wel.

Zeno: Hercules en de schildpad.

Reeds de Griekse filosoof Zeno heeft dit beseft en het beroemde voorbeeld wat hij daarvan heeft gegeven is het verhaal van Hercules, die nooit een schildpad in zal kunnen halen, die eerst een bepaalde voorsprong heeft.
Want, zegt Zeno, als Hercules het punt heeft bereikt waar de schildpad eerst was, dan is de schildpad al een stukje verder en als Hercules ook dat punt heeft bereikt dan is de schildpad weer een nog kleiner stukje verder, enzovoort, tot in het oneindige.
Dus, is zijn redenatie: beweging kan eigenlijk helemaal niet bestaan, want elke beweging moet door een inwendige oneindigheid van steeds kleinere stukjes heen.
En vooral omdat elk stukje daarvan ook weer een inwendige oneindige verdeling heeft.
Eigenlijk kan je zelfs helemaal niet van je eigen plaats afkomen, want niemand kan zeggen welk het eerste punt is wat op een bepaald punt volgt.
Want tussen elke twee punten zijn oneindig veel andere punten mogelijk.
Dus wat is de eerste afstand vanaf de plaats waar Hercules begint met lopen?
Is dat 1 centimeter, dan kan dat niet, want daarvoor is sprake van een halve centimeter.
Dus dat komt eerst en daarvoor 1 millimeter en daarvoor nog kleiner, tot in het oneindige.
Dus een continue beweging is dan onmogelijk: elke beweging moet een verspringen zijn over een bepaalde afstand, hoe klein dan ook.

Bewegen als verspringen.

Maar een verspringen is geen echte beweging, maar een schijnbeweging, dus zoals ook een film van het ene beeld naar het andere springt en de schijn geeft een echte beweging te zijn.
Nu is het best mogelijk dat de beweging dan zo in elkaar zit als een verspringen, maar dan nog is daarmede het intellectuele probleem der inwendige oneindigheid als zodanig niet opgelost.
En ook het verspringen levert weer nieuwe problemen, namelijk hoe iets abrupt zou kunnen verdwijnen en in een andere plaats en tijd zomaar weer zou kunnen verschijnen.
Hoe lang duurt het dan voor iets verdwijnt, wat dan ook weer een bewegen (veranderen) zou zijn.
Dat iets in 0 seconde zou kunnen verdwijnen is niet minder paradoxaal dan de beweging dat is, die immers als limiet ook de 0 seconde heeft, die onbereikbaar is bij het constant delen.
Temeer daar dan ook nog eens sprake is van een overslaan van tussenliggende fases van ruimte en tijd en gestaltes, waarvoor geen verklaring is.
Dus de discrete beweging van punt naar punt in tijd en ruimte (dus als verspringen) is niet minder paradoxaal dan de continue beweging.

In de vorm van getallen.

In getallen omgezet hebben we voor de discrete beweging als verspringen de gehele getallen, dus: 1, 2, 3, enzovoort.
Waarbij de oneindig vele tussengetallen als breuken overgeslagen worden, die immers inwendig oneindig in aantal zijn.
Wat immers voorkomt in de limietreeks, dus als: 1/2, 1/4, 1/8, ... enzovoort, tot in het oneindige.
Oneindig gedeeld krijg je dan een continuüm, wat je ruimtelijk als een lijn voor kan stellen, terwijl de gehele getallen discreet zijn, apart als punten op die lijn.

De verzamelingsleer van Georg Cantor.

In de verzamelingsleer van Georg Cantor zijn die gehele getallen benoemd als de natuurlijke getallen (zonder negatieve getallen), maar samen met de negatieve getallen heten ze dan gehele getallen, en met de eindigende breuken erbij zijn het rationele getallen en met de oneindige breuken erbij zijn het reële getallen.
Als voorbeeld van oneindige breuken wordt dan pi = 3,141592653... enz. en wortel 2 = 1,414 213 562 ... enz genoemd.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #163 on: April 01, 2012, 08:51:15 PM »
137 - Discrete tijdmeting en vloeiende tijdbeweging.

Elke tijdbeweging is een eenheid van discrete beweging van het ene moment naar het andere, dus voor zoverre je de tijd kan meten, en aan de andere kant ook een vloeiende beweging, dus als een continuüm.
Die laatste is de vloeiende tijdslijn, die uit een oneindig aantal punten bestaat, die niet van elkaar zijn te onderscheiden.
Doe je dat wel dan wordt die lijn discreet, dan breek je de continuïteit op in punten van bijvoorbeeld: één seconde, twee seconde, enzovoort.

Die vloeiende tijdslijn, die dus uit een oneindig aantal punten bestaat, is de ideële realiteit van een oneindige snelheid der tijd (deze is ideëel omdat deze niet werkelijk bestaat als de werkelijke tijd van een bepaalde microcultuur).
Maar die oneindige snelheid der tijd is tevens de grondslag van onze eigen tijd, die we in seconden meten en die dus discreet is.
Onze tijdsmomenten liggen immers op die tijdslijn die tevens uit een oneindig aantal punten bestaat.
En die twee tijden: onze beperkte tijd en die oneindige snelheid der tijd gaan voor ons even snel, omdat deze berust of een fijnere verdeling en niet zo is dat deze aan onze tijd voorbij gaat, wat ook zou kunnen.

Die oneindig snelle tijd (door een oneindig fijne verdeling) kunnen wij niet werkelijk ervaren (wel begrijpen).
Evenmin als we zouden kunnen ervaren dat de tijdssnelheid van de microwezentjes veel sneller gaat dan die van ons.
Terwijl die veel grotere snelheid toch even snel gaat als onze tijd, maar alleen sneller gaat omdat ze fijner verdeeld is, namelijk 10^23 x zo fijner verdeeld.
Het is precies hetzelfde als 1000 millimeter toch gelijk is aan 1 meter, hoewel 1000 millimeter toch als getal 1000 x zoveel is als 1 meter als getal.
Beiden zijn gelijk.
En zo ervaren de microwezens onze grove meter als zijnde 10^25 micrometers en onze seconde als 10^23 microsecondes, terwijl beiden toch ook volkomen gelijk zijn.

Dus ik hoop dat je hieruit kunt begrijpen dat een oneindig snelle tijd van een vloeiende tijdslijn even snel gaat als onze tijd en ook als de tijd van de microwezentjes en ook even snel als die van de minimicrowezentjes enzovoort, tot in het oneindige.
Dat al deze tijden anderzijds toch ook sneller en sneller gaan komt alleen door de steeds fijnere verdeling der tijdseenheden, dus door de discrete verdeling, met als limiet de oneindige snelheid der tijd van een vloeiende of continue tijdslijn.
En die continue tijdslijn is tevens de grondslag van alle feitelijke of werkelijke tijdsnelheden die gemeten kunnen worden.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #164 on: April 03, 2012, 05:17:00 PM »
138 - De oneindig kleine grootte is de abstracte 1.

We kunnen de discrete tijd ook los maken van de vloeiende tijd en dan krijg je de abstracte getallen: 1, 2, 3, enzovoort, zonder de oneindige tussengetallen der breuken.
Dan zijn die getallen niet meer deelbaar, dus de 1 is dan niet 1 x 1/2.
Zulk een 1 is gelijk aan 0, omdat deze verder geen inhoud meer heeft.
En dan komen we bij de dialectiek van Hegel terecht dat 0 en 1 identieke getallen zijn, want 0 is één getal en 1 is op zichzelf leeg en helemaal niks.
Maar onze werkelijke concrete getallen en onze werkelijke tijd berusten op de vloeiende of continue oneindigheid, zowel inwendig als uitwendig.

De limietberekening.

Maar als het om de limietberekeningen gaat zou men kunnen denken dat het abstracte getal 1 aan de limiet vooraf gaat, zodat er dan wel degelijk een overgang is in een oneindige reeks naar de limiet, die er normaal niet is.
Om dit enigszins voorstelbaar te maken is het beter het even om te keren, en wel zo dat 1 het eerste getal is na de 0, maar dus zo dat er dan tussen de 0 en de 1 geen oneindige reeks is.
Men kan dan verder oneindig doortellen: 1,2,3,... enzovoort tot in het oneindige.
Maar pas bij oneindig ontstaat dan een werkelijke concreet getal.
En die oneindigheid is met tellen onbereikbaar, zodat het zelfde probleem zich weer opnieuw voordoet: de onbereikbaarheid van de oneindigheid met tellen.
Hoewel die oneindigheid wel bestaat, in ieder geval ideëel en volgens mij ook reëel in mijn atoomtheorie.

Of men zou kunnen denken dat 1,99999999...(oneindig aantal negens), plus 0,00000....(oneindig aantal nullen)...1, gelijk is aan 2.
Dus als overgang naar een limiet.
Dat is juist, maar helaas is ook 1,999999....tot in het oneindige, onbereikbaar.
Evenals de 0.00000........1 onbereikbaar is.

De Singulariteit.

Verder zou men de abstracte 1 (die wèl en ook niet 0 is) kunnen identificeren met de oneindig kleine grootte van de Singulariteit, want kleiner is niet mogelijk, want delen mag hier niet, dus na die 1 komt dan de 0.
Verder zou men die 1 ook kunnen beschouwen als de delta x van de limietberekeningen, want elke andere werkelijke kleinheid, hoe klein dan ook, is altijd nog oneindig groot ten opzichten van de 0.

De relativiteit.

Wat een mooie voorstelling is der relativiteit der kleinheid als grootheid, zoals omgekeerd elke grootte, hoe groot dan ook, oneindig klein is ten opzichte van de oneindigheid.
Let wel dat dit de normale relativiteit is binnen een totaal systeem der drie elementen: bepaalde grootte of kleinheid, oneindige kleinheid en oneindige grootheid.
De verhoudingen van deze 3 leveren dan de verschillende visies.
Maar Einstein verabsoluteert elke visie zodat het heelal uit elkaar valt, inplaats dat hij die visies laat voortvloeien uit het geheel van verhoudingen.
Hij gaat zonder meer van de waarnemer uit, zonder eerst zijn plaats te bepalen in het totale systeem van het heelal.





Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #165 on: April 04, 2012, 06:24:32 PM »
139 - Eindig, niets en oneindig.

Gaan we het eigen systeem bekijken dan hebben we: eindig, niets en oneindig, die we alle drie op een oneindige lijn kunnen voorstellen, dus zo dat het oneindige het eindigende omvat (zelfs een oneindig aantal daarvan) en het eindigende het niets omvat, waarvan er ook een oneindig aantal zijn, namelijk punten.
Nu is het eindigende gelijk aan niets ten opzichte van het oneindige en omgekeerd oneindig ten opzichte van het niets.

Goed, maar bij het eerste wordt dan over het hoofd gezien dat het eindigende als niets ten opzichte van het oneindige toch ook nog steeds eindig is met een inwendige differentiatie (dus ook oneindig is ten opzichte van niets).
En omgekeerd dat het eindigende als zijnde oneindig ten opzichte van niets toch ook nog steeds eindig is en ook niets als een oneindig klein deel van het oneindige.
Het verenigt eigenlijk drie eigenschappen: eindig, oneindig en niets te zijn.

Nu hadden we dat eigenlijk al eerder geconcludeerd, namelijk dat het eindigende een inwendige oneindigheid heeft in de vorm van een oneindig aantal punten, die als vloeiende continuïteit eigenlijk gelijk is aan niets.
Dus in die zin zijn oneindigheid en niets eigenlijk gelijk en tevens één met het eindigende als haar eigen inhoud.

Je kan als het ware alles wat eindig is oneindig "open trekken" en ook oneindig "samen laten vallen" tot niets.
Zowel door het met het niets als punt en het oneindige zelf te vergelijken, als ook door de oneindige inwendige inhoud te erkennen als wel door de eindigende inhoud gewoon te ontkennen.
Nu lijkt dit laatste wel erg vreemd, want wat er in zit, zit er in, en kan toch moeilijk ontkend worden.
Maar we hebben al eerder gezien dat we bij de inwendige oneindige reeks niet werkelijk tot het oneindig kleine door kunnen gaan, maar ergens moeten stoppen, dus de verdere inwendige oneindigheid moeten ontkennen, deze moeten overslaan.
Tel ik bijvoorbeeld van 1 naar 2, dan sla ik een oneindig aantal mogelijkheden over, zodat er tussen 1 en 2 blijkbaar niks is, tenminste niet voor mijn bewustzijn in het tellen (ook de wetenschap gaat bij een zekere grens van kleinheid rustig over op niets als zou er niks kleiners zijn).
In het laatste geval zou ik zeggen: het lijkt niets te zijn, omdat we daar nog geen kennis hebben.
Nu: dan kunnen we ook het omgekeerde doen door waar we wel kennis hebben deze gewoon weer te ontkennen, dus onze kennis terug te draaien naar een primitiever standpunt.
Dat hebben we ook al gedaan door te zeggen dat alles wat eindig is, niets is ten opzichte van het oneindige.
Dan verdwijnt de inhoud.


En verder zou het best omgekeerd zo kunnen wezen dat ik het "werkelijke" niets open kan trekken tot iets, dus wat lengte heeft en dan zelfs verder tot oneindigheid.
Dus zo dat het niets niet werkelijk bestaat, evenmin als het eindigende werkelijk bestaat en zowel niets als oneindig kan zijn.
Het zou ook kunnen dat ook het oneindige niet werkelijk oneindig is, maar zo beschouwd kan worden dat het eindig is en ook als niets.
Dus zo dat alle drie de functies: eindig en oneindig en niets, dat deze alle drie ook de eigenschappen van de andere twee bezitten.

Aldus:

1 - Eindig is ook oneindig en niets (al dubbel aangetoond).
2 - Niets is ook eindig en oneindig (open trekken).
3 - Oneindig is ook eindig en niets (samen laten vallen).

Wat het laatste geval betreft: denk je het oneindige heelal in, en denk alle inhoud daarvan weg, zodat je alleen de abstracte oneindigheid over houdt.
Wat gebeurt er?
Het schrompelt ineen tot Niets!

Omgekeerd: denk je Niets in en bedenk dat alles eigenlijk uit Niets is voortgekomen (volgens de Logica van Hegel) en je ziet dat het Niets eigenlijk oneindig is, want alles wat er uit voort gekomen is, zat er al in.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #166 on: April 06, 2012, 08:09:39 PM »
140 - De lengte van iets berust op vergelijking.

Lengtes hebben pas zin als ze gemeten kunnen worden, dat wil zeggen als ze in een relatie worden gebracht.
Dat behoeft geen vaste standaard te zijn zoals onze meter, het kan ook gewoon onze eigen lichaamslengte zijn, die we van nature gebruiken om iets groot of klein te vinden.
Zo is een olifant voor ons groot omdat die groter is dan ons lichaam en een muis klein omdat die kleiner is dan ons lichaam.

Ook kan iets met zichzelf vergeleken worden, want we verdelen een meter in 100 centimers en ook in 1000 millimeters, en naar mate die verdeling fijner worden, wordt de meter in verhouding steeds groter*.

*Dat het niet zo lijkt te zijn komt omdat we dan de verhouding met onze eigen lichaamslengte vast houden en daarmede hoe wij de meter zien, in plaats de relatie met de centimeters en millimeters gestalte te geven, wat dan beter tot uitdrukking komt als we bijvoorbeeld tot de picometers (biljoenste meter) over gaan, waarbij we wel tot een vergroting over moeten gaan van de meter om dat nog voor te kunnen stellen.

Laten we alle verdeling weg dan verdwijnt de meter in het niets, want er zit dan niks meer in.
Ook kunnen we de meter met iets vergeleken worden waar het zelf deel vanuit maakt: bijvoorbeeld een kilometer of een lichtjaar. En naar mate die vergelijking groter wordt, wordt de meter zelf in verhouding kleiner.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #167 on: April 08, 2012, 02:38:59 PM »
141 - De omdraaiing van groot en klein.

Dus in absolute zin kun je niet zeggen hoe groot of hoe klein iets is.
Het is allemaal relatief.
De uiterste grens van deze relativiteit is dat iets wat oneindig klein is oneindig groot kan zijn en andersom: iets wat oneindig groot is, kan oneindig klein zijn.
Neem je die twee: oneindig klein en oneindig groot in een verhouding tot elkaar, dan zit daarin de mogelijkheid die verhouding helemaal om te keren, dus zo dat niets oneindig is en oneindig niets is.
Iets daarvan ervaren we in de zintuiglijke waarneming, waarin we iets dat veel groter is dan wij zelf zijn, toch als kleiner zien.
Zo is de zon aan de hemel veel groter dan wij, en toch lijkt hij veel kleiner te zijn, als we even tussen twee vingers naar de zon kijken: het is slechts een klein bolletje van 1 graad gezichtsveld.

Dus de visuele waarneming keert de verhouding ook nog eens om: niet alleen zijn klein en groot relatief, maar de verhouding kan ook nog eens omgekeerd worden.
Het is zo gek als dat je in de verhouding man en vrouw zou zeggen dat de man de vrouw is en de vrouw de man.
Maar goed: er zijn vrouwen die manlijker zijn dan de mannen zelf, en er zijn omgekeerd ook mannen die vrouwelijker zijn dan de vrouwen.
En qua geslacht verschillen mannen en vrouwen ook niet zo veel van elkaar, want het vrouwelijke geslacht met vulva en eierstokken lijkt veel op de penis met ballen, alleen zit het bij de vrouw binnen en bij de man buiten*.
En in die zin is de vrouw het binnenste buiten gedraaide lichaam van de man en omgekeerd; en over dat binnenste buiten draaien wil ik het hebben, want ook het heelal kan je binnenste buiten draaien.

*Zelfs het kind van de man kun je buiten vinden, want dat is de wereld dat uit zijn geest geboren wordt, geïnspireerd, dat wil zeggen: bevrucht door de vrouwelijke ziel.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #168 on: April 09, 2012, 09:48:10 PM »
142 - Nogmaals: werkelijkheid en schijn.

In de zintuiglijke waarneming zien we hoe de dingen op afstand steeds kleiner worden.
Nu is dat natuurlijk niet werkelijk zo, want anders zou er een tegenstrijdigheid ontstaan tussen hoe de wereld werkelijk is en hoe we die wereld zien.
Maar wel kunnen we de wereld van de schijn van het zien als een aparte eigen werkelijkheid aanvaarden, want ten eerste bestaat die schijnwereld van het zien en ten tweede is het eigenlijk een hogere werkelijkheid, want het is een bewuste werkelijkheid, waarin wij constant leven.

De tegenstrijdigheid.

Als we het zo formuleren ontstaan er geen tegenstrijdigheden, anders dan bij Einstein die "vergeet" te zeggen dat er door zijn visie even zovele heelallen ontstaan als waarnemers, waardoor er tegenstrijdigheden ontstaan, die niet doordacht zijn, waardoor er nog steeds een eindeloze discussie is over met name de tweelingparadox, die niet werkelijk opgelost wordt omdat het verschil tussen het subjectieve heelal der waarnemers en het objectieve heelal als totaal systeem niet wordt erkend en men tussen het ene en het andere blijft inhangen en niet verder opschiet.

Het ene objectieve heelal en de vele subjectieve heelallen.

Kortom: we hebben een objectief heelal der materie en we hebben ook nog eindeloos veel heelallen der subjectieve waarneming, waarin de eindeloos vele betrekkingen der mensen en der dingen tot bewustzijn komen.
Deze laatste is veel en veel gecompliceerder dan de eerste.
En het zou zelfs mogelijk zijn dat die eerste (dus het objectieve heelal der materie) eigenlijk niet echt bestaat en een bijzondere functie is van de tweede.
Dus zo dat het "materiële" objectieve heelal zo gedacht wordt op basis van vele zintuiglijke waarnemingen, maar als zijnde gedacht zuiver ideëel is, eigenlijk abstract is en de zintuiglijke waarneming als bewustzijn concreet is en de basis daarvan.
En dit met name omdat het heelal van Einstein, dus zijn theorie, veel kenmerken vertoont der zintuiglijke waarneming, dus niet objectief, maar subjectief te zijn.

Wisselwerking tussen hemel, zintuigen en heelal.

Nog dieper gedacht ben ik zelf van mening dat de zintuiglijke waarneming op haar beurt een functie is van de innerlijke hemelwereld en dat deze laatste als een hogere dimensie de eerste twee omvat.
En wel zo dat er sprake is van een constante wisselwerking tussen materiële wereld, zintuiglijke wereld en innerlijk hemelwereld.
Dus van materie naar zintuigen naar innerlijkheid en weer terug: hemel, zintuigen en materie.
Waarbij de zintuiglijkheid als betrekking tussen beiden in zit: hemel en heelal.
 

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #169 on: April 11, 2012, 01:39:45 PM »
143 - De betrekking van klein en groot.

In die betrekking tussen hemel en heelal met de zintuiglijkheid daar tussen in, is het heelal het grootste als object en de hemel het kleinste als subject.
En de zintuiglijkheid zit daar tussen in als betrekking.
De hemel is daarom het kleinste, omdat het kleinste ook het fijnste is en dus een hogere wereld.
Dit komt dan ook verder overeen met het feit dat atomen uit ruimteschepen bestaat, wat ook al een hogere wereld is.

Het heelal als bol en het ik als middelpunt.

Door de betrekking van subject als hemel en het object als heelal, kunnen we die betrekking verder het beste voorstellen als een bolvorm, waarbij het middelpunt het eigen ik is als subject en het heelal zelf de bol daar omheen, met de oneindige grootte als uiterste reikwijdte.
De stralen tussen het middelpunt en de omtrek zijn dan de basis van de voorstelling van de zintuiglijke waarneming, dus in de vorm van lichtstralen die uit het heelal bij de mens naar binnen komen, die zich in de inwendige oneindigheid van de microkosmos samen te trekken tot een punt.
Dit is dan tevens het eigen ik-punt waarin het beeld over gaat in de metafysica van het denken: de ruimte wordt tot tijd en het uiterlijke beeld verandert in een innerlijk beeld uit de geest.

Over de vorm van de ruimte.

Normaal stellen we ons de ruimte als driedimensionaal voor, dus met lengte, breedte en hoogte, en dat is dan een abstracte mechanische voorstelling, waarvan wij denken dat de ruimte zelf deze vorm heeft, wat echter moeilijk zo niet onmogelijk te bewijzen valt omdat de lege ruimte als zodanig vormloos is.
Dit is dan eigenlijk een vreemde paradox, want zeker menen we te weten dat de ruimte werkelijk driedimensionaal is, maar als we de ruimte zo voorstellen zetten we er zelf onze voorstelling in van lengte en breedte en hoogte.
Laten we die weg dan is de ruimte vormloos.
Maar we kunnen ons ook niet voorstellen dat de ruimte anders zou zijn: tweedimensionaal geeft de mogelijkheid er drie van te maken, maar niet vier.
De tijd als een vierde dimensie gedacht is echt iets anders: innerlijk en niet uiterlijk.
En om de ruimte als vierdimensionaal te zien breekt men zich al een hele tijd het hoofd, zonder een bevredigende oplossing gevonden te hebben voor dit probleem.
Niemand kan zich een extra richting voorstellen, noch een richting weglaten zonder dat dit iets kunstmatigs wordt of een beperking en dus niet echt.

Kubusvormige ruimte en bolvormige ruimte.

Maar op de verdeling van hoogte en breedte en diepte (kubusvormige ruimte) volgt de mogelijkheid van de bolvorm en wel speciaal omdat daardoor de ruimte een extra betrekking benadrukt tussen de microkosmos en de macrokosmos, tussen klein en groot: het middelpunt van de bol en de omtrek, waarbij de omtrek willekeurig groot gedacht kan worden met de oneindigheid als limiet.
En tevens is het zo dat de bolvorm ook de algemene werkelijkheid van het heelal vertegenwoordigt, want zo is onze aarde een bolvorm en ook ons zonnestelsel en de melkwegen zijn bolvormig op cirkelvormig.
Ook de atomen zijn zo.
Dus is de bolvorm voor de ruimte eigenlijk realistischer.
Anderzijds hebben we in onze eigen wereld meer de neiging alles vierkant en kubusvormig in te delen.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #170 on: April 13, 2012, 10:13:37 AM »
144 - Dichtbij zien we de dingen groter en veraf kleiner.

Aldus zien wij de wereld in een bolvorm vanuit ons eigen ik als centrum door middel van onze ogen en onze hersenen en de lichtstralen, die van buiten af bij ons binnen komen.

Een van de eerste eigenschappen daarbij is dat we dingen van dichtbij groter zien dan veraf. Zou dat niet zo zijn, dan zou het zien onmogelijk worden, want als we alles even groot zouden zien dan zou alles zich met gelijke grootte voordoen en we kunnen zelfs niet voorstellen hoe dat zou zijn: hetzij alles een voor een apart of heel primitief naast elkaar gerangschikt, maar omdat er zoveel dingen in de wereld zijn (oneindig veel) moet er toch een keuze gemaakt worden, en als de nabijheid dan niet de keuze zou bepalen, wat zou het dan wel moeten zijn?
Je voelt wel dat je hier in een heel andere, rare wereld terecht zou komen.
En het zou zeker de moeite zijn hier over door te filosoferen.
Met name dat de mens zo gelukkig is, de dingen vanuit zichzelf te zien als centrum van heelal, waarbij de dingen van dichtbij groter lijken te zijn dan van veraf.
Let wel op het woord: lijken.
Het is niet werkelijk zo.

De eenheid van subject en object.

Anderzijds kunnen we ons afvragen of er wel iets anders bestaat dan dat lijken, dus de schijn, want zonder die schijn geen bewustzijn mogelijk, want deze kiest altijd vanuit een bepaald individueel standpunt.
Dus wat voor het zien betreft geldt ook voor het bewustzijn in het algemeen: een bepaalde keuze van het subject in relatie tot zijn object.
Dat wil overigens niet zeggen dat het alleen maar subjectief is, zoals sommige mensen zeggen: alles is subjectief.
Neen: het is ook objectief, want het is een relatie tussen subject en object.

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #171 on: April 15, 2012, 09:50:49 AM »
145 - De leer van het perspectief.

Maar goed: op afstand lijken de dingen kleiner en daar is dan ook een wetenschap over: de leer van het perspectief.
De essentie daarvan is het zogenaamde verdwijnpunt waar alle evenwijdige lijnen naar toe lopen en die tevens de richting aangeven waarlangs de dingen steeds kleiner schijnen te worden.
Het meest eenvoudige beeld daarvan zijn twee lijnen van de zijkanten van een weg of de rails van een spoorweg, die aan de horizon in één zogenaamd verdwijnpunt samenkomen.
Eigenlijk zijn verdwijnpunt en horizon niet hetzelfde, want het verdwijnpunt ligt eigenlijk oneindig ver weg, en de horizon ligt op een bepaalde afstand, afhankelijk van de hoogte waarop de waarnemer zelf staat ten opzichte van de aarde, maar als iemand op de grond staat dan is de horizon ongeveer 5 kilometer weg, wat met de stelling van Pythagoras berekend kan worden.



Bekijkt men de bielzen of dwarsbalken van een spoorweg, dan is gemakkelijk te zien dat deze op afstand steeds korter worden in de breedte, maar ook dat de diepte steeds kleiner wordt, dat is de afstand tussen de bielzen onderling.
En deze wordt nog eens extra veel kleiner, kleiner dan de breedte van de bielzen kleiner wordt.
De bielzen komen op afstand al heel snel heel dicht op elkaar te liggen.
Dit komt omdat de hoek onder welke we het vlak tussen de bielzen zien op afstand steeds schuiner wordt.
Dit geeft dan een extra factor van verkleining.



Op deze foto is het aardig te zien hoe de onderlinge afstand van de bielzen al spoedig minder wordt en de lengte minder snel korter wordt.
Maar om het nog duidelijker te maken zou je zelf even een spoorweg moeten tekenen.
Om de ene biels na de andere te tekenen, moet je eerst willekeurig twee bielzen tekenen, en om dan de derde te kunnen bepalen, moet je vanaf een van beide snijpunten van de eerste biels met een van de spoorstaven een lijn trekken door het midden van de tweede biels en doortrekken tot waar deze lijn de spoorstaaf snijdt: daar komt dan de derde biels te liggen, enzovoort, tot je een reeks bielzen hebt getekend.



Hier heb ik een tekening gevonden die er wat op lijkt: bij A komt de eerste biels te liggen en bij M de tweede en bij B de derde.


Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #172 on: April 16, 2012, 10:28:12 AM »
146 - De wereld wordt platter op afstand.

Op afstand komen de dingen dus platter op elkaar te zitten, wat overeen komt met de contractietheorie van Einstein, die daarvoor echter een zeer grote snelheid nodig heeft ten opzichte van de waarnemer, zodat wij omgekeerd ook in alle richtingen plat moeten zijn voor de fotonen die in alle richtingen met lichtsnelheid door het heelal heen schieten (maar waarvan wij helaas nooit iets hebben kunnen merken).

Dat plat zijn kan ook nog op een andere manier verklaard worden, want als wij een huis zien op 100 meter afstand en een tweede huis op 200 meter, dan zal het tweede huis 2 x zo klein lijken.
Zien we het eerste huis echter op een kilometer afstand en het tweede huis nog steeds 100 meter verder, dus op 1100 meter, dan zal het tweede huis niet meer de helft lijken qua grootte, maar slechts 10/11 deel kleiner, dus slechts iets kleiner, zodat de onderlinge afstand dan ook moeilijker te schatten is.
Deze tweede oorzaak vormt een eenheid met de eerste oorzaak van het onder een schuine hoek zien van de diepte, die immers schuiner wordt met de grotere afstand, gelijk opgaande met de onderlinge verhouding der afstanden van de objecten (bielzen en huizen) ten opzichte van de waarnemer.

Dat op afstand de dingen platter worden kun je extra goed waarnemen als je door een verrekijker kijkt en ook op een telelensfoto is dat goed te zien: ook de onderlinge afstand van objecten is dan nauwelijks of zelfs helemaal niet meer waar te nemen: alles lijkt in een en hetzelfde vlak te zitten.
De diepte wordt dus nog eens extra verkleind ten opzichte van de normale verkleining van breedte en hoogte.
Zo wordt een kubus met gelijke breedte en hoogte en diepte op afstand een plat stuk vierkant als een plank.



Op afstand wordt alles kleiner.
« Last Edit: April 16, 2012, 10:30:24 AM by harriechristus »

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #173 on: April 19, 2012, 01:53:16 PM »
147 - Je kunt de oneindigheid zo zien.

Maar goed: op afstand wordt alles steeds kleiner en de diepte steeds smaller en steeds moeilijker te zien.
Dit alles komt dan bij elkaar, volgens de leer van het perspectief, in een verdwijnpunt in de oneindigheid.
Maar dat verdwijnpunt kun je gewoon zien, namelijk heel gemakkelijk waar de rails van de trein in de verte bijelkaar komen.
Dat wil dus zeggen dat je de oneindigheid kunt zien.
Dat wat oneindig ver weg is, kun je zomaar voor je zien als verdwijnpunt.
Dit omdat de uitwendige oneindigheid door het zien verandert in een inwendige oneindigheid, die we ook al kennen van de inwendige oneindige reeks der limietberekeningen, die hier de plaats innemen van de bielzen van de spoorrails.


148 - We halen er een verrekijker bij.

Eigenlijk is dat wel wonderbaarlijk, want je kunt je de oneindigheid niet voorstellen en hier is het zo maar, dus het oneindige heeft dan wel een einde en dat is dat punt.
Hoewel: als je met een verrekijker zou kijken om het nog beter te zien zou het punt aan de horizon blijken geen echt punt te zijn, maar enige breedte te hebben.
Daar verdwijnen de rails over de horizon.
En zelfs als die rails werkelijk kaarsrecht zouden lopen, dus niet met de ronding van de aarde mee, maar recht het heelal in, en die rails werkelijk oneindig zouden zijn, dan zou je ook met de aller sterkste sterrenkijker, dat punt zelf niet kunnen vinden, want het is oneindig klein en bij uitvergroting door middel van steeds sterkere en sterkere kijkers (laten we maar voorstellen dat we die hebben), zou het punt zich telkenmale uitvergroten tot nog meer bielzen en spoorrails, zodat het punt eigenlijk geen punt is, maar een stip, een vlekje dus, waarin de inwendige oneindigheid schuil gaat, en wat zich eindeloos laat uitvergroten zonder grens.
« Last Edit: April 23, 2012, 02:11:03 PM by harriechristus »

Offline harriechristus

  • ****
  • 378
  • +5/-7
  • Neoweb.nl Duurzame Technologie
Re: Einstein
« Reply #174 on: April 23, 2012, 02:11:50 PM »
149 - De oneindigheid blijft eindig.

Maar hoezeer we ook die spoorlijn, die in het oneindige verdwijnt, ook uitvergroten: de algemene vorm blijft gelijk. Daar verandert niks aan. Die vorm is die der eindigheid en niet die van de oneindigheid.
De uitwendige oneindigheid van het heelal is veranderd in de eindigheid van de visuele waarneming, maar toch zo dat deze eindigheid toch in zichzelf ook een inwendige oneindigheid verbergt.

Hetzelfde is het geval bij de oneindige reeks van een limiet, dus bijvoorbeeld: 1, 1/2, 1/4, 1/8, enzovoort tot in het oneindige.
Hier is ook sprake van een inwendige oneindigheid, die je echter nooit werkelijk waar kunt nemen, want al delende blijft het aantal delingen zelf eindig en blijft (met de nog ongedeelde rest erbij) de totale optelsom van 2 behouden (dat is de limiet van een oneindige reeks).
Maar je weet wel dat het eigenlijk inwendig oneindig is, dus het oneindige daarvan is iets van weten, kennis, en het eindigende daarvan is de feitelijke waarneming (als je die delen op een lijn denkt, dus als steeds kleinere stukjes, zodat je het kunt waarnemen).

Met het zien van het verdwijnpunt is dat ook het geval: je weet dat het verdwijnpunt een oneindig klein punt is, maar die kun je zelf niet zien.
Wat je ziet is altijd een stip, dus met een bepaalde doorsnede, een vlekje dus.
Bij de limietdeling is dat het laatste nog ongedeelde stukje, dus wat nog niet uitvergroot is in de visuele waarneming.