Het Financieel Dagblad meldt dat als China niet meedoet, dan hebben mondiale afspraken in de G8 over milieu weinig zin. Dit komt omdat China's fenomenale economische ontwikkeling even fenomenale gevolgen heeft voor het milieu. Het Hemelse Rijk, dat sinds een aantal jaar importeur van energie is, verdringt misschien nog dit jaar de Verenigde Staten als grootste hemelvervuiler, dankzij de gecombineerde uitstoot van drie razendsnel uitdijende vervuilingsbronnen: het autopark, de industrie en de energiecentrales. Zeventig procent van de centrales loopt op steenkool, en ieder jaar wordt de energieproductie uitgebreid met een capaciteit ter grootte van die van het Verenigd Koninkrijk.
Water- en bodemvergiftiging hebben ontstellende vormen aangenomen. De kosten van de vervuiling ook: naar schatting 200 miljard dollar per jaar, zo'n 10 procent van het bruto binnenlands product. Jaarlijks sterven 300.000 à 400.000 Chinezen aan milieuvergiftiging. In de buurt van grote chemische fabrieken hebben zich ware kankerdorpen ontwikkeld. Wie dit beeld overdreven vindt, moet op een normale dag eens de compacte smog in Peking proeven.
Onder het bewind van Mao Zedong werden milieuprobleem afgedaan als kapitalistische sentimentaliteit, waar een rechtgeaarde communist geen last van had. Dat is verleden tijd. De leiders van de communistische partij zijn er zich van bewust dat een verdere verzieking van het milieu de hele economische ontwikkeling van China in gevaar kan brengen. Niet voor niets zijn er strenge milieuwetten uitgevaardigd en is besloten 175 miljard dollar te investeren in ecologische sanering. De leiders weten ook dat de economie niet nog verder op hol kan slaan.
bron: energieportal.nl