Inderdaad dit heeft te maken met de wet van de communicerende vaten en de wet van Pascal. Maar meer met hydrostatica volgens mij.
Beschouwt men een horizontaal oppervlak A op een diepte h in een stilstaande vloeistof, dan werkt op dit oppervlak ten gevolge van de zwaartekracht op de vloeistof een kracht, de hydrostatische kracht Fh. Deze is gelijk aan het gewicht van de vloeistofkolom boven het oppervlak A, dus Fh = massa van kolom × zwaarteveldsterkte g = (r·A·h) × g, waarbij r de dichtheid van de vloeistof is. Aangezien de druk p = F/A, volgt hier tevens de formule voor de hydrostatische druk uit: p = r·g·h. Experimenteel is gebleken, dat op gelijke hoogten in één en dezelfde (rustende) vloeistof de druk in alle richtingen even groot is (de hoofdwet van de hydrostatica), zodat in de formule voor de hydrostatische druk (en kracht) voor h de afstand van het beschouwde punt tot het niveau van het vloeistofoppervlak genomen moet worden, ook al bevindt er zich geen vrij vloeistofoppervlak boven het beschouwde punt. Uit de hoofdwet volgt het principe van de communicerende vaten en van de hevel.
Bron:
Microsoft® Encarta® Encyclopedia 2002.