100 meter is toch de hoogte van de heuvel? dan is de schuine kant toch 100/sin30 ?
De tijd die nodig is kan worden berekend met x=V1*t+1/2 a t^2 (afleiding: integreer de versnelling maal tijd (is de snelheid) naar de tijd)
V1 is 0 als je vanuit stilstand begint, dus kan je dan zeggen dat t=sqrt(2x/a)
(sqrt(2x/a) wil zeggen de wortel van 2x gedeeld door a)
a, de versnelling, is te berekenen door het gewicht (in newton) van de fietser plus de fiets te ontbinden in een kracht evenwijdig aan de helling (dit wordt dus 100*9.81*sin(30)=490.5N) plus of min een eventuele aandrijving of remming (als je dit niet meteen duidelijk is, moet je het gewoon even tekenen, dan wordt het vanzelf duidelijk.) Dit is dus de kracht die werkt op de fietser waardoor die zal versnellen. Met F=m*a is nu te berekenen wat de versnelling moet zijn. Omdat er geen weerstand is, is der versnelling gedurende de hele rit constant (althans op de helling). De versnelling wordt dan dus in het geval er niet geremd of aangedreven wordt: 490.5=100*a => a=4.905m/s^2.
ps. het was misschien makkelijker om meteen de valversnelling te ontbinden in de richting van de helling: a=g*sin(30)=9.81*sin(30)=4.905m/s^2. Het is echter leerzamer om het op de eerste mannier te doen.