De wrijvingskracht op een wegvoertuig is samengesteld uit een min of meer constante factor, de rolweerstend, en een factor die afhankelijk is van de snelheid, de lucht weerstand. De luchtweerstand is te omschrijven als W=1/2 rho V^2 Cw S waarbij V de snelheid is, rho de dichtheid van lucht, Cw de weerstandscoefficient en S het oppervlak. De weerstand zal dus kwadratisch toenemen met de snelheid.
Bij de boot heb je eigenlijk alleen de weerstand van het water (de weerstand van de lucht is te verwaarlozen wat deze is veel kleiner als die van de lucht). De weerstand die het water leverd is ook weer te benaderen met W=1/2 rho V^2 Cw S (alleen de rho is ongeveer een factor 820 groter)
De Cw is afhankelijk van de vorm, neem je aan dat een boot net zo gestroomlijnd is (onder water) als een auto, dan is de Cw het zelfde. De Cw is niet afhankelijk van de grote van het voertuig. Hoe hoger de Cw hoe ongestoomlijnder het voertuig is.
Nu kan je zelf uitrekenen of jou stelling waar is of niet, succes.