Waarom flikkeren sterren, en waarom doen planeten dat minder of niet?
Het licht dat wij op het aard-oppervlak vanuit de ruimte ontvangen, passeert altijd eerst door de dampkring. Deze dampkring bestaat uit een dikke laag lucht (voornamelijk zuurstof, stikstof en waterdamp) rondom de planeet, en oefent een zekere invloed uit op licht dat er doorheen straalt - het licht zal wat afgebogen worden door de deeltjes in de atmosfeer.
In het geval van een ster, zal deze afbuiging zorgen voor een flikkering. Een ster staat immers zo ver weg, dat we niets anders zien dan een lichtpuntje, en dus is de lichtstraal die ons bereikt zeer "dun". Deze straal wordt afgebogen door de deeltjes in de lucht, en deze deeltjes zijn meestal constant in beweging. Dit zorgt ervoor dat de straal eens de ene, dan weer naar de andere kant wordt afgebogen, en dus lijkt te flikkeren.
Planeten staan dan weer heel wat dichterbij, en lijken dus groter (iets dat dichtbij staat lijkt immers groter dan iets dat veraf staat). De lichtbundel is dus "breder" en zal minder onderhevig zijn aan de afbuiging door lucht-deeltjes, omdat deze deeltjes "kleiner zijn dan de lichtbundel". Wanneer men echter probeert met een telescoop kleinere details te gaan bekijken op het oppervlak van een planeet, dan speelt dit effect weer een grote rol.
Astronomen noemen dit effect "seeing", en de sterkte van dit effect hangt af van de plaats waar men zich bevindt, en van atmosferische omstandigheden. Op sommige nachten is de lucht heel wat stabieler dan anders, en lijken ook sterren niet te flikkeren. Dit is dan natuurlijk ook een goed moment voor planeetwaarnemers.