Wanneer een ster jong is, bestaat deze voornamelijk uit waterstof.
Deze waterstof wordt onder grote druk en hitte gefuseerd tot helium.
Ook Helium fuseert weer met waterstof- of heliumkernen tot zwaardere atomen.
Uiteindelijk ontstaan zo ook de zware deeltjes.
Deze 'zware' deeltjes concentreren zich in de kern, waar ultrazware en zeer instabiele isotopen ontstaan. (waarschijnlijk zelfs enorm zware deeltjes die we nu niet kennen in ons periodiek stelsel)