Zwaartekracht maan beter in beeld
Door kleine variaties van het zwaartekrachtveld aan de voorkant van de maan te analyseren kunnen we meer te weten komen over het ontstaan van het hemellichaam.
Dat beweert onderzoeker ir. Sander Goossens van de TU Delft, die woensdag op dit onderwerp promoveert. Goossens ontwikkelde een methode om de zwaartekracht van de maan nauwkeuriger in beeld te brengen. Met de informatie die dit oplevert, hopen onderzoekers meer te weten te kunnen komen over het ontstaan van de maan. Volgens Goossens is zijn theorie ook toepasbaar op de Aarde en andere hemellichamen.
Achterkant van maan
Het is voor wetenschappers lastig om meetgegevens te verzamelen over de achterkant van de maan. Doordat de maan precies even snel om zijn eigen as draait als om de Aarde, krijgen we vanaf de grond steeds dezelfde kant van de maan te zien. Met een satelliet die zich aan de achterzijde van de maan bevindt, is geen communicatie mogelijk.
Aan de voorkant van de maan zijn al wel veel metingen gedaan. Zo heeft de Lunar Prospector-missie van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA veel gegevens opgeleverd. Zo blijkt onze maan de kleinste magnetosfeer en het kleinste schokfront (een magnetisch veld dat een hemellichaam beschermt tegen zonsuitbarstingen en schadelijke kosmische straling) van het zonnestelsel te hebben.
Ontstaan van de maan
Door de bekende gegevens te analyseren en er nieuwe, onafhankelijke metingen van de voorzijde van de maan aan toe te voegen, kan het zwaartekrachtveld volgens Goossens nauwkeuriger in beeld worden gebracht. Daaruit zouden gegevens kunnen worden afgeleid over het ontstaan van de maan.
De heersende theorie is op dit moment dat hij zou zijn gevormd nadat de planeet Theia, ongeveer even groot als Mars, zo'n 4,45 miljard jaar geleden op de Aarde insloeg. Er zou een stuk van de Aarde zijn afgebroken en in een baan om de planeet terecht zijn gekomen. De ontdekking dat de samenstelling van de gesteenten op de maan ongeveer dezelfde is als die van de aardkorst, lijkt deze theorie te ondersteunen.
Bronnen: TU Delft, ESA, Planet.nl