Energiedragers zijn stoffen op objecten waarin je energie kan opslaan.
Een watertoren is een energiedrager.
Je stop er eerst energie in (door het water omhoog te pompen)
en als je de energie (druk) weer nodig hebt, laat je het water naar beneden stromen
Waterstof is ook een energiedrager
Je stop eerst in energie in water (dmv electrolyse, waardoor waterstof en zuurstof ontstaat)
Als je de energie weer nodig hebt, laat je de waterstof reageren met zuurstof of een andere stof.
Ook een batterij of accu is een energiedrager
Je stop er energie in door een zout te onleden. (ook hier gebeurt dat dmv electrolyse)
Als je de energie weer nodig hebt, laat je de 2 stoffen met elkaar reageren
Ook perslucht is een energiedrager
Je stop er energie in door lucht samen te persen (met behulp van krachtige compressoren)
Als je de energie weer nodig hebt, laat je de perslucht iets aandrijven, waardoor weer electriciteit ontstaat.
Je kan ook vloeistoffen of zouten verwarmen dmv zonlicht. Dit gesmolten zout, of deze verwarmde vloeistoffen kunnen weer gebruikt worden voor bijvoorbeeld het verwarmen van douchewater, of het (voor)verwarmen van het water van een stoomcentrale.
Ook planten zijn energiedragers.
Een plant zet zonlicht, water en CO2 om in zuurstof en suikers of olien.
Van suikerbieten of rietsuiker kun je weer alcohol maken, en dat kun je weer gebruiken om hitte, CO2 en water te maken.
Of van koolzaad kun je weer olie persen, en als je die verbrand, ontstaat er weer hitte, CO2 en water.
Er zijn dus heel veel mogelijkheden om energie op te slaan.
Olie en kolen zijn eigenlijk ook energiedragers, alleen duurt het heel lang om van dode planten en dieren weer olie, veen of kolen te maken.
De (zonne)energie wordt eerst opgeslagen in de planten en de dieren die deze planten eten.
Onder hoge druk veranderen alle cellen (bestaande uit koolstof-, waterstofatomen) in een dikke zwarte drap (olie) of een soort zwart gesteente(steenkool)